#680 Moreel kompas

Ik weet niet hoe ik moet beginnen. Hoe ik wil beginnen. Wat ik wil zeggen. Wat ik wil schrijven. Ik heb me laten provoceren. Zojuist. Op Instagram. Dat gebeurt wel vaker, dus dat is niet nieuw. Alleen zojuist voelde het alsof het een druppel was. Het gaat inmiddels echt veel te ver. En we staan er met zijn allen bij, en kijken er naar. Doen er maar weinig aan. Laten het gebeuren. Alsof het allemaal niet zo erg is. Lachen het weg. Stoppen het weg.

Ik kijk naar een foto. Een duo-foto. Met een split in het midden. Suggererend dat het twee vergelijkbare taferelen toont. Rechts zie ik een jongetje op zijn rug gezien. Hij staat tegen een hek en praat met een jongen aan de andere kant van het hek. De foto is zwart wit. Hij heeft een pet op. Een ouderwetse pet. Het tafereel speelt duidelijk in het verleden. Een erg bekend verleden. Een collectieve herinnering aan iets wat we nooit meer willen. Een zwarte bladzijde in onze geschiedenis. Zoals er vele zwarte bladzijden zijn en nog zullen komen.

Het jongetje draagt iets op zijn kleding. Op zijn schouder in dit geval. Een teken. Voor iedereen herkenbaar. Opgelegd door mensen aan de verkeerde kant van de geschiedenis, opgenaaid door waarschijnlijk zijn eigen moeder of oma. Oma’s en moeders die met hetzelfde teken over straat moesten. Het teken dat er voor zorgde dat diezelfde oma’s, diezelfde moeders, het jongetje zelf waarschijnlijk, broertjes, zusjes, neefjes, nichtjes, en opa, opa ook. Dat ze op de trein werden gezet. Hun laatste rit. Een laatste rit richting kampen waarin ze als waardeloze dingen vernietigt werden. Geen keus. Hun bezittingen geplunderd. Hun levens niks waard, hun lichamen onteerd en verbrand. Miljoenen lichamen. Generaties uitgewist. Dit is wat er toen is gebeurd.

Op de jas van het jongetje prijkt een jodenster. Op de foto links zie je een hedendaags tafereeltje. Een kindje kijkt met een pietenpet op van een afstand naar een Sinterklaasintocht, door de kier van twee bouwhekken heen. Een suggestief plaatje. Zeker omdat het zou moeten suggereren dat deze twee taferelen op een smakeloze wijze ‘hetzelfde’ zouden zijn. Een kind wat niet naar een Sinterklaasoptocht kan kijken, is hetzelfde als een kind wat hoogstwaarschijnlijk in de verbrandingsovens in een van de vernietigingskampen van de Nazi’s in verdwenen. Dat is wat dit plaatje zegt.

Dit plaatje, deze smakeloze suggestie, die dient als koren op de molen van de Faya Lourensjes en Mental Theootjes van deze wereld, wordt straffeloos op Instagram geplaatst door een gekozen volksvertegenwoordiger die dagelijks een zetel inneemt in onze tweede kamer. Waar hij, met een paar mede-trawanten, dagelijks opnieuw alleen maar provoceert om het provoceren. Waar hij wars van welk moreel kompas mensen voorliegt, bedriegt en tegen elkaar ophitst. En stapje voor stapje gaat het steeds verder. Thierry Baudet, waar ik het hier over heb, is een schande en een gevaar voor onze democratie en kaapt met dergelijke acties onze geschiedenis. Ik word er misselijk van.

En toch, toch wil ik leren begrijpen wat diezelfde Faya Lourens en diezelfde Mental Theo, en met hun nog duizenden mensen bezielt om hier hartstochtelijk en vol overtuiging in mee te gaan. En de collega-kamerleden van Thierry en zijn bende moeten dit ook. Leer het begrijpen. Maar accepteer het nooit. Accepteer deze manier van valse geschiedschrijving niet en biedt een alternatief. Verlies die mensen niet. Dat zou weleens gevaarlijk kunnen zijn.

#679 Een uur achteruit

Ik deed net de jongste hier in huis, de miniman, in bad. In een gehavende badkamer met beperkt licht en zonder enige vorm van gordijnen. Het is buiten al even donker en terwijl die mini lekker zit te spetteren besef ik pas dat het voor die kleintjes en hun ingebakken kookwekker eigenlijk al een uurtje later is dan ‘normaal’.

En opeens begrijp ik de extra chagrijn en het kortere lontje van die andere minimens wat beter. Zojuist aan tafel tijdens het eten, en daarna, vloeiden er iets meer tranen dan normaal. Al weet ik niet of ik daarmee vooral ook mijn eigen kortere lontje goed praat of dat dit echt het geval is. Tranen zijn er altijd wel ergens om. Al is het om een sok die toch zeker een net een graad of 21 de verkeerde kant op gedraaid zit, dan wel om een net iets te donker geserveerd oranje stukje zoete aardappel, of een speelgoedauto die er toch echt niet meer bij past in die broekzak, omdat er al 14 in zitten…

Dat van die aardappel wordt dan ook nog eens eerst luidkeels gemeld, om vervolgens wanneer ik me omdraai, wel opgegeten te worden. Soms moet je dingen niet willen begrijpen. Een degelijke constante valkuil. Ik lazer er vaak in. Het is een bijzondere leerschool dat vader zijn. Nooit uitgeleerd. En maar bijdehand doen tegen die mini’s. Ze zullen wel vaak denken ‘wat lul jij nou man, weet je zelf wel waar je het over hebt!?’ Nou vaak niet dus. Ik heb mezelf altijd al een tikkeltje autodidactisch gevonden en dat komt nu goed van pas. Alles wat je vandaag leert kan volgende week weer grotendeels de prullenbak in. Overdreven natuurlijk, al voelt het soms wel zo.

We denken ook (te) vaak dat we als mens controle hebben over de toekomst. Ik vraag me vaak af of die invloed ook daadwerkelijk zo groot is als hij in onze hoofden lijkt. Het voelt alsof we er van overtuigd zijn dat we hiermee controle kunnen uitoefenen op het verloop van de tijd. Wat weer met zich meebrengt dat we van dingen uit gaan, dat we anticiperen op dingen. Dat we dingen verwachten. Wat weer onherroepelijk leidt tot teleurstellingen omdat dingen toch altijd exact anders lopen dan gedacht, of verwacht. Zoals ook nu, terwijl ik verwacht dit stukje af te kunnen schrijven en daarna de gister al voorbereidde risotto naar binnen te kunnen schuiven omdat de sous-chef de minimens in bad doet en op bed legt.

Niks blijkt minder waar, want halverwege dat ritueel komt diezelfde sous-chef naar beneden rennen om te zeggen dat de minimens nu toch echt verwacht dat ik haar uit bad haal en op bed leg vanwege een kleine miscommunicatie tussen de dames. En zo geschiedde. Laptop dicht, vuur onder de pan vandaan en naar boven om de minimens uit bad te halen en op bed te leggen. We hebben nul invloed meer op het uur wat achter ons ligt, maar we hebben ook zeker vele malen minder invloed op het uur wat voor ons ligt. Dat lijken we weleens te vergeten in een wereld waar in we alle mogelijke risico’s op voorhand willen uitsluiten. Soms is het beter om een uurtje achteruit te denken. Reflectie heet dat geloof ik. Zouden we allemaal vaker moeten doen.

#678 Oude paden

Niet met
niet zonder.

Liefde in een notendop.

Leren accepteren,
vallen
daarna weer opstaan.

Vasthouden.
Weglopen.

Af en toe gedonder.

Gemak, geluk, plezier.
Soms
lege woorden
in mijn kop.

Toch geladen.
Bijgevuld,
dure brandstof.

Altijd verder reizen,
bestemming onbekend.

Nieuwe oorden
nieuwe reisgenoten
op een route vol oude paden.

Waar ik jou en jij mij
eerder
al graag trof.

#677 Less is more

Volgens mij is het inmiddels alweer meer dan twee weken terug dat ik hier mezelf moed in zat te praten en motiveerde om weer dagelijks te gaan schrijven. Dat dit een tikkeltje overmoedig was wist ik toen eigenlijk al. Maar goed, dat hindert niet. Vandaag is het wel weer zo ver, en dat is al heel wat. Vind ik dan.

Inmiddels ben ik tot de conclusie gekomen dat ik een tijdje misschien ook gewoon net iets teveel in een dag probeerde te proppen. Nu lijken de dagen met twee mini’s om je heen vaak zowel ellenlang te duren, als supersnel voorbij te vliegen en dan vaak ook nog in een rare mix van die twee. Twilight zone. Andere vaders, moeders, of andersoortige opvoeders weten misschien een beetje wat ik bedoel. Tel daarbij op dat die twee ruwe diamanten ook ’s nachts graag nog eens wat aandacht opeisen (vragen is er niet bij) en de ooit zo heldere scheiding tussen dag en nacht blijkt ook opeens verdwenen.

Een soort permanente staat van zijn is wat er voor in de plaats is gekomen. En dat is gewoon zo. Dat is niet leuk, dat is niet stom, dat is gewoon. Neemt niet weg dat hierdoor (en misschien ook wel door het feit dat ik net een nieuwe job heb, met nogal veel indrukken en nieuwe dingen waar ik maar al te graag in duik, een vrij grootscheepse verbouwing die zich aandient en waarvoor de voorbereidingen ook al de nodige energie vragen, een minibieb die even snel in mekaar moest worden geknutseld, een wekelijkse hersenbrekende cursus en het onderhoud van de website van een nogal explosief groeiende politieke partij) mijn hoofd zich zo langzamerhand begon af te vragen wat ik nu eigenlijk allemaal aan het doen was. En voor wie.

Gelukkig weet ik tegenwoordig ook prima een rem te vinden. En kost het me weinig moeite meer om deze in te trappen en snel weer te overzien wat nu echt belangrijk is. Dus, voorlezen aan de mini’s voor ze gaan slapen zonder met mijn hoofd bij de agenda update van een lokale fractie in Rotterdam te zijn die vanavond toch echt online moet. Dus, de sous-chef die op dit moment aannemer is, ondersteunen als opperman daar waar nodig. Dus ook, tijd nemen om weer echt eens een boekje te lezen om te ontspannen, zonder te denken dat andere boeken vol hoogdravende wereldverbeterende teksten en ideeën eigenlijk voorrang hebben. Dus, even naar opa fietsen die met zijn knie omhoog ligt. Dus, zomaar wat schrijven, omdat het leuk is, zonder te denken dat ik er eigenlijk een essay uit zou moeten persen waarin ik het klimaatprobleem oplos. Dus, spontaan naar kermis gaan en 17 keer in de draaimolen zitten tot je er zelf misselijk van wordt, maar er toch van genieten. Dus, zomaar opeens een half uurtje langer slapen op woensdag en met zijn allen ontbijten.

Dus dat. Less is more. Soms echt.

#676 Pizza en een jointje

De titel doet vermoeden dat ik hier vanavond lekker op de bank heb zitten blowen en daarna een vreetkick kreeg. Die vreetkick was er wel en het bijbehorende proppen ook, maar dat had een iets andere reden dan goed werkende wiet. De sous-chef is naar een uitje van haar werk. Ik probeer dus in alle rust twee mini’s op bed te krijgen. En belangrijker, te houden.

Dat eerste lukt nog aardig. De ietwat zieke miniman lijkt meteen prima in slaap te vallen. Zijn zusje daarentegen maakt er een iets langer ritueel van. Slokje drinken. Op het potje plassen. Op de wc plassen. Niet willen tanden poetsen. Nog steeds niet willen tanden poetsen. Nog een extra poging te moeten willen plassen. ‘Er komt niks papa’…nee, goh, je bent net twee keer geweest. Even de lamp aan doen. Verhaaltje lezen. Liedje zingen. Bijna de deur dicht doen. Toch niet. ‘Papa ik heb een snotje!’

Ja, nee dat snap ik, met snot aan je vingers kun je niet slapen. Nog een snotje en nog een. Ik word gepiepeld. En ik weet het. ‘Laatste snotje nu!’ hoor ik mezelf zeggen. Wat is dat nou voor zin? En ook zo lekker pedagogisch verantwoord enzo. Ga ik dat later ook zo doen ‘Laatste jointje nu!’, met mijn wijsvinger omhoog, klaar om uitgelachen te worden. Nee dat moet anders. De miniman is inmiddels wakker geworden van die poppenkast en zet het op een hartverscheurend krijsen. Even troosten. Nog even krijsen. Toch weer slapen. Ding dong. Pizza. Snel, prop naar binnen, want je weet nooit wanneer er weer eentje roept.

Over die joints dan. Er schijnen hier in de speeltuinen in de wijk, die ik nogal vaak afstruin met het mini-gespuis hier in huis, nogal vaak wat afvalresten van wietjes te liggen. Niet handig natuurlijk. Ik denk dan, ruim die zooi op dan is er niks aan de hand, terugdenkend aan alle bankjes in speeltuinen en parken die ik zelf op die manier heb gezien toen ik een jaar of 16 was. Ik had nooit kwaad in de zin. Ik weet dat andere mensen dat misschien wat minder zien, of snappen. En natuurlijk is het voor de hand liggend te denken ‘geen wiet in de speeltuin’, maar ik denk vooral ‘ruim gewoon je bende op’, dan kan iedereen in zijn eigen tijd en op hun eigen manier die speeltuin gebruiken, zonder er een zooi van te maken. Laat iedereen in zijn waarde. Dat zal ik die mini’s eventueel ook mee proberen te geven als ze straks op hun 15de in andere speeltuinen komen…

#675 Drie onder de drie

De oudste zus appte gisteren rond de middag. Ze vroeg me welke dagen ik nu ook alweer aan het werk was. Drie dagen was mijn antwoord. Dinsdag, woensdag en donderdag. Zo’n vraag staat meestal niet op zichzelf. Nu ook niet. Al snel kwam de melding dat de gastouder van de mini-neef ziek was en of ik er nog eentje bij kon hebben op de maandag. Nu heb ik van tijd tot tijd al moeite genoeg met die twee mini’s hier thuis en alles daaromheen, maar natuurlijk kon ik dan.

De mini-neef was al eens eerder een ochtend komen spelen en dit ging toen prima. Chaos in je uppie, maar prima. Deze keer was het met slaaps, the full sjabang. Inclusief campingbed op zolder. Om 08:00 uur sharp schoof de miniman onze ontbijtzaal in en was net te laat voor het lopend buffet. Dit was al grotendeels opgeruimd. Gelukkig had ik van zijn volwassen-personeel al vernomen dat hij thuis gewoon een en ander kreeg. Voedertijd was dus voorbij. Er kon meteen gespeeld worden. De twee die nog wel met slab aan tafel zaten wilden hier meteen van af en het feest begon.

Bakken met auto’s, loopfietsen, loopkoeien, brandweerwagens, puzzels, boekjes, alles vloog me om de oren. Ik had me er op ingesteld en probeerde eens niet als veegwagen achter de meute aan te lopen. Er werd geroepen om speculaasjes, vooral door de minimensen die hier wonen. Terwijl de kleinste, maar meestal luidruchtigste mini zijn ochtendslaapje deed (of althans probeerde), maakte ik met de andere twee de wijk even onveilig. Slecht plan. Want we konden niet verder dan de reikwijdte van de babyfoon (lees: niet ver) en dat was niet naar de gading van met name de zus van degene die lag te slapen. Huilen geblazen. Onmacht. Tijd om weer naar binnen te gaan.

Binnen verder spelen, roepen, rennen, rijden, vazen omgooien, koekjes eten, boterham eten en uiteindelijk: slapen! Met zijn drieën tegelijk. Anderhalf uur rust voor ronde twee begon. Die vooral bestond uit een rondje speculaasjes en veel Tip de Muis. De mini-neef zei op een gegeven moment ‘mijn mama komt zo’. En ik dacht opgewekt, ‘Ja! Jouw mama komt zo!’ Drie onder de drie. Een carrière als gastouder laat ik voorlopig even schieten denk ik.

#672 Driewielers

Er is flink gedemonstreerd dit weekend. Ik was er niet. Ik heb er veel van gezien, dat wel. Ik vind het goede redenen voor een demonstratie. Maar, ik was er niet. Ik had ‘betere’ dingen te doen. Gisteren bijvoorbeeld, zat ik met de twee mini’s op onze vaste stek treinen te spotten, toen ik opeens door had weer een type reiziger te herkennen wat ik al héél lang niet gedaan had: festivalgangers. Ik herken ze van kilometers afstand, ik was er ooit eentje. Blikjes in de hand, peuken kopen op het station en rennen om de verder niet veel gebruikte OV-chipkaart weer eens op te laden.

Na het overduidelijke twee-maten debacle met de F1-prins, die overigens ook een hoofdrol speelt in dat ándere protest van dit weekend, iets met ongegeneerd huisjesmelken, kan ik niet anders dan beamen dat het tijd is dat de volledige cultuur- en evenementensector recht wordt aangedaan en wordt gewaardeerd zoals die gewaardeerd hoort te worden. Alhoewel Rutte en zijn VVD’ers daar natuurlijk nooit echt sterren in zijn geweest. Die lobbyen liever voor energiebedrijven, online-gokhallen en verkopen ons vastgoed liever aan internationale investeerders. Chapeau.

Vandaag dat andere protest, tegen scheefgroei in de woningmarkt en de huisvesting in dit land. Ik was vooral druk met driewielers in de tuin van mijn riante koopwoning met grote tuin. Ik heb geluk gehad en ben met onze in de schoot geworpen overwaarde inmiddels mede-onderdeel van het probleem. Onderdeel van, geen schuld aan, dat is wat anders, al knaagt het soms wel in mijn gedachten. Wetend dat wij zonder veel moeite een klein ‘appartement’ kunnen financieren en aanbouwen komende maand, terwijl starters zoals mijn eigen zusje eigenlijk vrijwel kansloos zijn in diezelfde huizenmarkt. Koop, huur, groot, klein, oost, west, het maakt niets meer uit. Het is een zooitje. Het maakt de lol die de mini’s hebben op hun driewieler, en ik dus ook, er overigens niet minder om.

#671 Verhalen vertellen

Het is even pauze. Vanavond is het woensdagavond. En die avonden zijn een jaar lang gereserveerd voor ‘Grote Denkers’. Veertig colleges over de grootste denkers van de afgelopen 3.000 jaar. Vanavond dus zo’n college. Gewoon thuis vanaf de keukentafel via Zoom. Een corona-erfenis, maar in dit geval geen vervelende. Anders had ik veertig keer op en neer naar The School of Life in Amsterdam gemoeten, en, jawel, dat had ik dus de komende tien jaar waarschijnlijk niet gedaan.

We duiken vanavond voor de tweede keer in de Afrikaanse filosofie met als onderwerpen Ubuntu en Sage. Beiden zitten vooral in de hoek van de intuïtie en veel minder in de rationele hoek dan onze Westerse samenleving. Iets waar ik zelf wel een gevoel bij heb, daar ik het idee heb dat ik inmiddels ontzettend goed op mijn intuïtie kan en vaker moet vertrouwen. Tijdens het college gaat het over het belang van verhalen. Verhalen opgeschreven en overgegeven, maar vooral ook verhalen die los komen van het papier. Of zelfs verhalen die verteld worden zonder dat er ook maar een papier aan te pas komt. In de Afrikaanse filosofie is het niet vreemd dat verhalen door gegeven worden zonder dat ze ooit opgeschreven zijn.

Verhalen zijn krachtig en belangrijk, ze vormen ons dagelijks en bepalen ons wereld beeld. We vertellen ze onze kinderen voor het slapen gaan, vanuit voorlopig door ons gekozen boekjes. We laten ons bewust en onbewust vele malen per dag beïnvloeden door allerhande verhalen die we tot ons nemen, nieuws, kranten, socials. Verhalen over wat dan ook. Verhalen over ons, hier op deze planeet en hoe we daar allemaal verschillend tegenaan kijken. Wij Westerlingen als stralend middelpunt van alles. Ik denk dus ik besta. Misschien wel de kern van het klimaatprobleem, doorgeslagen egocentrisme, antropocentrisme. In de Afrikaanse filosofie is alles eigenlijk omgedraaid. ‘Ik ben omdat wij zijn’, is daar het veelzeggende devies. We zijn allemaal en dus ben ik, zou je ook kunnen zeggen. Denk ik.

Het lijkt me geen kwaad kunnen iets van deze denkwijze mee te geven aan onze kinderen. Iets meer van dit soort bewustwording. Dat je iemand kunt zijn, omdat anderen ook zijn. Je bent niet meer, niet minder, je bent gewoon. Een goed verhaal voor het slapen gaan zo. Misschien moet ik hier eens iets verder in duiken.