#695 Ik weet pas wat ik zoek zodra ik het vind

Dit is wat ik een paar weken geleden antwoordde aan een vrijwilliger. Deze vrijwilliger had op dat moment dienst in de winkel die ik de laatste tijd een aantal keer per week aandoe. Nooit was ik er voorheen binnen geweest. Of althans misschien ooit eens een keer verdwaald met iemand mee in een ver verleden, want helemaal onbekend was het me niet. De winkel had ik echter nooit in het vizier. Ik had daar ook geen reden toe voor een lange periode van mijn leven. Ik las niet. Of althans niet dusdanig veel dat het op een verslaving begint te lijken.

Boeken kocht ik gewoon nieuw. Af ent toe. In de boekhandel, op het station, op het vliegveld, of via Bol.com. Simpel als dat. Later ontdekte ik de bibliotheek opnieuw. Door toedoen van de minimensen die in mijn leven kwamen. De stapels boeken in huis groeiden gestaag. Ik besloot er zelfs mijn werk van te maken. En op een gegeven moment las ik zonder dat ik er erg in had drie boeken tegelijk. Eentje voor de avonden, eentje voor de ochtenden en nog eentje voor tussendoor, voor de momenten waarop die andere twee eigenlijk niet paste bij het moment of de stemming.

Zo is het eigenlijk nog steeds. Ik lees drie of meer boeken tegelijk, plus vaak nog een verdwaalde poëziebundel die af en toe open gaat. Ik sta er inmiddels weer vroeger voor op. Ochtenden zijn er voor de ideeën, goede of slechte dat maakt niet uit. Mijn hoofd staat dan net aan en consumeert in rap tempo de ideeën en wereldbeelden ooit al eens door anderen neergepend. Mijn hoofd doet later op de dag, later in de week, of op een moment dat ik het al niet meer verwacht de rest. Het brouwt dan van al die eerdergedachte dingen een eigen idee. Een eigen inzicht. Mijn beeld. Denken wordt dat genoemd volgens mij. Het lijkt erop alsof ik nu pas, nu ik net 36 ben geworden, begin door te krijgen wat dat betekent: denken.

De avonden zijn voor de verhalen, de fanatasiewerelden van andere schrijvers, scheppers. Soms zo levendig en echt dat je je de hoofdpersoon waant. Of dan op zijn minst alsof je van een afstandje mag kijken. Verhalen die je terugvoeren naar eigen ervaringen in de stad waar het verhaal zich afspeelt. Pijn die je voelt omdat je ooit iets soortgelijks hebt meegemaakt. Of trots omdat je die situatie heel wat handiger afhandelde dan die fictieve persoon op die volgeschreven pagina’s. Poëzie die ik niet begrijp. Al denk ik niet dat het de bedoeling is dat je dit probeert te begrijpen.

Al die boeken leveren werelden op gebouwd door de schrijvers. Die weer andere schrijvers en hun werelden gebruiken in die verhalen. Nieuwsgierig naar die verhalen blijf ik op zoek. Wil ik meer, groeit de boekenlijst en wordt mijn eigen wereld, de echte wereld met ieder verhaal weer een stukje mooier en groter. Of valt er weer een puzzelstukje op zijn plek. Of rijst er een vraagteken, een drang om iets te weten van iets voorheen totaal onbekends. Die honger te stillen met de aankoop van nieuwe boeken werd een dure hobby. En omdat sommige boeken toch echt in de kast moeten staan voor een nu nog onbekend moment van ‘Ja nu is het tijd voor dit verhaal!’ is dit ook niet helemaal af te vangen met de oneindige collectie van de bibliotheek.

En dus belandde ik bij de tweedehands boekenwinkel in onze stad. En de vrijwilligers die deze winkel mogelijk maken. Wat ik daar zoek? Verhalen die ik tegen ben gekomen in andere verhalen. Werelden waarvan ik heb gehoord dat ze bestaan. Of iets anders. Ik weet het vaak niet. Zoals ik daar zei: ‘Ik weet pas wat ik zoek zodra ik het vind’. Nu pas snap ik dat dit net zo goed geldt voor de winkel zelf.

#694 Buuuuurfrouw

Dinsdagen zijn van opa en oma. Dat weten de mini’s inmiddels wel. De oudste vraagt ’s ochtends wanneer ze wakker wordt en opstaat steevast ‘Waar gaan we vandaag naartoe?’. De laatste tijd is er steeds vaker een teleurstelling op haar gezicht te bespeuren als ik aangeef dat we nergens heen gaan omdat papa niet hoeft te werken. Dat is op vrijdagen. Vandaag is het dinsdag, dus het antwoord op haar vraag is vandaag ‘naar opa en oma!’. Gejuich stijgt op. Haar broer doet vrolijk mee.

Op die dagen wordt er druk gespeeld met de kleine neef, ook bij opa en oma op dinsdag. Dat dit kindercircus energie slurpt bij de kleine mensen is altijd duidelijk te merken. De sous-chef haalde ze vandaag op, terwijl ik thuis het diner verzorgde. Eenmaal binnen, nadat de kleine man buiten eerst nog ergens op z’n giechel ging en getroost werd door zijn zus, die haar stoel aan de keukentafel weer af klom en naar buiten rende met de woorden ‘Ik ga wel even naar hem toe’, gaf de sous-chef aan dat er in de auto al om ‘bed’ werd gevraagd.

Eerst nog eten. Dat is bij de kleine man nooit een probleem, zijn zus doet daar doorgaans wat moeilijker over. Al stonden vandaag bruine bonen op het menu, al een paar jaar onderdeel van het door haar zorgvuldig geselecteerde dieet. Nog stammend uit de tijd vóór dat we wisten dat er glutenintolerantie in het spel was. Ze had het al goed in de smiezen. Bakje yoghurt als toetje, nog één Peppa-pig filmpje en dan gaat de kleine man toch echt naar bed. Hij maakt er na het vaste bedritueel inmiddels een extra regulier item van om na het dichttrekken van de slaapkamerdeur meteen zijn speen en zijn knuffelkonijntje uit zijn ledikant te mieteren en daarna vrij duidelijk om papa, dan wel mama te roepen.

Nadat we hem vrij streng die meuk weer terug hebben gegeven en ons uiterste best doen om aan te geven dat dit toch echt de laatste keer is geweest, kiest hij eigenlijk altijd direct eieren voor zijn geld. Hij neemt dan nog even de dag door met zichzelf, duidelijk via de babyfoon te beluisteren en valt dan tevreden in slaap. Vandaag nam hij echter niet echt genoegen met ons machtsvertoon en dacht bij zichzelf ‘dan haal ik het wel ergens anders!’.

Toen de sous-chef alle knuffelmateriaal weer terug in bed had gedeponeerd en de slaapkamerdeur weer dicht zat hoorden we de kleine man vrij snel weer iets roepen. Samen spitsten we onze oren richting de babyfoon en dachten ‘horen we dit nu goed!?’. Ja we hoorden het goed, want het werd een keer of 27 herhaald, leidend tot enige hilariteit. ‘Búúúúrfrouwww’, ‘buuuuurfrouw’, hoorden we luid en duidelijk. Ook die mini komt er wel….

#693 Toch wel naar Anansi!

Op zondag is het altijd even afwachten wat er na het ontbijt met de minimensen op het programma komt. Dit is van meerdere dingen afhankelijk. Niet in de laatste plaats van mijn eigen stemming. Een verkeerd been uit bed betekent vaak dat het eerste uur op die vroege ochtend voelt als een halve dag, in een uiterst geval zelfs als een hele. Of dit bij die mini’s dan ook zo voelt weet ik niet, maar veel energie lijken we op die momenten niet van elkaar te krijgen.

Gelukkig is dit niet iedere zondag het geval en vandaag zeker niet. Al tijdens de laatste boterham wordt er door de kleinste turf ‘boekie lezen!’ geroepen. Zijn zus is het daarmee eens. Voor haar is een boek altijd een goed idee. Nu wordt er hier thuis veel gelezen en zijn er boeken in overvloed, dus enige sturing is daar sinds de geboorte van beiden zeker wel in geweest. De miniman kiest de laatste tijd steevast voor een setje van vier boekjes van Peppa Pig. Ooit op een vliegveld in Shanghai meegepikt toen zijn zus net geboren was. De kleuren, vormen, cijfers en voorwerpen staan dus ook in zowel Engels als Chinees neergepend. Nederlands is ver te zoeken. Maar goed, daar zijn de prenten voor. Geen probleem.

Terwijl de kleinste druk doende is met zijn eigen boekjes, hij leest net zo graag solo als dat hij naar mij luistert (wat ik begrijp), kiest zijn belezen zus voor het boek van Anansi de Spin. Toch al wel een favoriet, maar omdat ik tijdens het ontbijt heb verteld dat we vandaag naar een speciaal feestje gaan, in een grote bibliotheek in Nijmegen, waar ook Coco (van Coco kan het) en Anansi zijn, kiest ze resoluut voor Anansi. ‘Hé Nancy’ roept de kleine man, opkijkend van tussen zijn Peppa-lectuur als hij ons ziet aan komen lopen. Ik lees het verhaal een paar keer met haar, voor we met zijn tweeën richting Nijmegen gaan.

Heel avontuur, snelweg, windmolens, waarvan ze terloops meldt dat daar ook mensen in wonen omdat daar een trappetje en een deurtje in zitten. Een grote brug waar we over rijden en grote boten aan de Waalkade. De bibliotheek is snel gevonden en feest begint met een voorstelling van de bij haar bekende Coco. Ze heeft haar eigen Coco-knuffeltje meegenomen en fladdert met de man op het podium mee. Kleine onderbreking van de theatervoorstelling, want er moet toch echt gepoept worden, maar volgens de kleine dame zelf ‘geeft dit niks’. Ze weet toch al wel dat Coco het echt kan.

We doen wat spelletjes her en der. Opgezet en uitgevoerd door studenten. Het festival waar we zijn aanbeland, speciaal voor kletskoppen is tegelijkertijd ook een groot wetenschappelijk onderzoek. Ze knutselt wat. Houdt voor het eerst een schaar vast en spendeert daarna ruim drie kwartier aan het maken van een berg confetti. In opperste concentratie. Dat ze daarom de voorleessessie van haar favoriet Anansi mist, deert haar bepaald niet. ‘Nee hoor, ik blijf hier, even knippen’. Prima, blijven we hier, knippen.

Opeens is ze uitgeknipt en moet er geluncht worden. Niks mis met die ingeslikte kookwekker van haar. Twee boterhammen met jam achter de kiezen slenteren we verder langs de verschillende spelletjes en hoekjes. We belanden in de peuter- en kleuterboekensectie, waar op dat moment een gitarist liedjes in elkaar draait aan de hand van de wensen van zijn jeugdige publiek. Het boeit de kleine kletskop nog niet een klein beetje. Totale apathie. Een hobbelpaard, of beter een schommelpaard, wat daar ook ergens in een hoekje staat interesseert haar des te meer. Terwijl ze haar zojuist verworven rechten op dit paard ten overstaan van een andere peuter met verve verdedigt (ik sta in een hoekje te grinniken en sla het gade), wordt er vanaf de plaats waar eerst de gitarist zat door een student of een vrijwilliger geroepen dat Anansi zometeen komt!

Wat een geluk, nog een keer Anansi. Ze hoort het zelf ook, terwijl ze de teugels nog strak in handen heeft (zoals altijd eigenlijk) en glundert naar me: ‘Papa Anansi komt toch!’. En ze stijgt af en zoekt een plaats op een van de kussens geposteerd voor de grote stoel waar zo de voorlezer zal plaatsnemen. Degene die het verhaal tot leven komt wekken is degene die dat ook daadwerkelijk heeft gedaan: de auteur! Dus, na een versie van het verhaal, waar mijn variant thuis op de bank compleet door wordt weggevaagd, kan ze zelfs haar eerste handtekening scoren! Het boek moest van haar immers mee in mijn rugzak. En vooruit, anders had ik hem er zelf wel in gestopt. Met rode wangen stapt ze op de schrijver af en kijkt dan verlegen naar mij. Ik vraag of hij wat voor haar wil schrijven. ‘En voor mijn broer’ zegt ze dan zelf. Kletskoppen zijn ze allebei, vaak alleen stil te krijgen door goede verhalen, of door de schrijver in dit geval.

#692 Lopend geheugen

Het hotel keek uit over de haven van Tokyo. Grote kranen om containers te lossen van de immense vrachtschepen reden over de kade van grijs, bijna kleurloos grijs beton. Herkenning vond ik in die schepen. Schepen die werden geconstrueerd, gefabriceerd met hulp van machinerij die in Nederland word gemaakt. Machinerij die ik daar kwam voorstellen aan iedereen die het maar zou willen horen. Handelsreiziger. Via een gebruikelijke tour over het Japanse trein- en metronetwerk had ik dit hotel zojuist te voet bereikt. Het was mijn favoriete manier van voortbewegen, wandelend. Met mijn rolkoffertje achter me aan en mijn rugzak met vooral leesvoer op mijn rug.

Anderen vroegen regelmatig waarom ik nooit een taxi nam. Ik zei dan meestal dat ik liever liep, maar dat is natuurlijk een cirkelredenering. Het nog simpelere antwoord was geweest dat ik anders niets zou zien van de indrukwekkende plaatsen waar ik voet aan de grond mocht zetten. Het gaf ook iets van rust in de gigantische metropolen die op alle mogelijke manieren aan je zintuigen voorbij trokken. En toch had die chaos in zichzelf ook iets rustgevends. Iets intimiderend rustgevends zelfs. Je moest het ten volle ervaren om het te merken. Op straat. In de kakafonie van geluiden en bewegingen. In een taxi ervaar je dat niet. En omdat de doorsnee taxi-chauffeur in Japan vier woorden Engels spreekt hoefde je dat voor de diepe gesprekken ook niet te doen.

Waar mijn hotelkamer zelf op uitkeek kan ik me niet herinneren, vast een muur van een aangrenzende kantoortoren, maar de bar, annex ontbijtrestaurant keek uit op de baai. Die industriële baai. Mooi in zijn lelijkheid. Er hing een vage laag smog en thermiek over die baai. Het was drukkend warm, zoals het daar kon zijn. Ik zag het beursgebouw in verte waar mijn leven zich de komende dagen zou afspelen al opdoemen. Moderne architectuur die ik niet begreep. Maar misschien hoeft dat ook niet. Een omgekeerde piramide, zwevend boven de grond, gedragen door vier immense staanders. De naam van het gebouw kende eenzelfde pompeuze keuze, ‘Tokyo Big Sight’ was het gedoopt. Een van de vele continue harmonieuze botsingen tussen stokoude, vaak mystiek aanwezige geschiedenis, met ultramoderne, neon-doorspekte, schreeuwende popcultuur. Het werkte daar. Het fascineerde me mateloos.

Het eerste wat ik na aankomst in een hotel dan ook altijd deed, na het herschikken van zo’n beetje alle meubels en het opruimen van alle rondslingerende losse spullen en folders, was meteen weer die stad in lopen. Alleen. De ondergrondse metro-stations, brede moderne winkelstraten, afgewisseld met donkere smalle steegjes vol met pijpenlades waar gedronken, gegeten, gerookt en geroepen wordt. Dat ritueel had ik al achter de rug, evenals de daaropvolgende eerste nacht na de aankomstvlucht. Die steevast gepaard ging met een rare vorm van insomnia, die toch de nodige rust bracht. Een mentale staat die niet zou misstaan in een Murakami-verhaal in mijn rugzak. Het was dag twee en ik moest deze keer echt een rondje rennen in het keizerlijke park midden in die immense stad. Dat had ik mezelf na de vorige keer hier ingeprent.

In hetzelfde hardloopkloffie als waarin ik nu achterover geleund op de bank hang met een laptop op mijn schoot, stapte ik dus de metro in. Op naar het centrum. Niemand die er ook maar van op keek in de wagon waar ik in terecht kwam. Die ervaring had ik inmiddels wel. Iedereen is druk met een eigen wereld. Uiteraard op telefoons, tablets, maar ook, ontzettend veel in boeken. Daar pas heb ik geleerd waarom een pocket een pocket heet. Het boek wat in een jaszak past. Iedereen leest daar. Geen idee wat, maar er wordt gelezen. En veel.

Dat park vond ik uiteindelijk makkelijk weer terug en na een valse start in een deel waarin absoluut niet hardgelopen mocht worden, dat wist zelfs een bewaker zonder Engels me snel duidelijk te maken, vond ik iets wat duidelijk een parcours was. Asfalt zelfs. En, alleen maar hardlopers die zich erop bevonden. Ik begon eraan zoals met zoveel, ik begon gewoon, zonder er al teveel over na te denken. Halverwege kwam ik dus ook tot de ontdekking dat ik tegen de stroom in liep. Er was een vastgestelde looprichting. Logisch wel. En een heldere verklaring waarom ik nog niemand had ingehaald of zelf was ingehaald. Vooral dat laatste. Ik kreeg het heel even warm, maar heb het rondje van exact vijf kilometer (zoals ik later uit het hardloopboekje van mijn held Haruki Murakami zou leren) maar gewoon afgemaakt.

Wat me naast dat het goed is voor mijn lijf toch iedere keer, na een korte of een langere periode van helemaal niet gerend te hebben toch iedere keer weer die sportschoenen laat aantrekken zijn herinneringen als deze. Herinneringen die levensecht zijn en het Tielse landschap, wat me vaak niet bewust meer opvalt op sommige momenten laat transformeren tot een andere wereld. Lopende herinneringen. Een lopend, doorlopend geheugen.

#691 Directeurs zijn mannen papa

De oudste mini begint zo links en rechts kennis te maken met de wereld van de grote mensen. Ze vangt er in ieder geval zo nu en dan wat over op, slaat dit ergens op om het dan later, vaak wanneer ik er niet op bedacht ben, perfect getimed weer uit de kast te trekken. Regelmatig moet ik goed nadenken wat ik voor respons geef op de filosoof van drieënhalf jaar, want vaak is er geen speld tussen haar argumentatie te krijgen. En de keren dat ik het mezelf er makkelijk vanaf heb gemaakt met een simpel ‘nou gewoon daarom’ krijg ik al een jaar keihard terug in mijn gezicht, ‘Daarom is geen reden papa’. Tegenwoordig zelfs gevolgd met een ‘dat weet je toch wel!?’.

Nee deze leid je niet zomaar om de tuin. Ook in gesprekken mengt ze zich regelmatig als er iets niet strookt met haar beeld van de wereld, met wat ze tot nu weet of heeft gehoord van de ‘grote’ mensen om haar heen, of wanneer ze dit juist even wil checken. Toen haar broertje, ergens dit weekend, zittend aan de eettafel een nogal bijdehand gezicht trok en me behendig dirigeerde om toch vooral heel snel zijn drinkbeker aan te geven waar hij zelf niet bij kon, reageerde ik met de opmerking ‘nou lukt het directeur!?’.

De minimens aan de andere kant van de tafel slingerde meteen een vraag op tafel waarin nogal wat besloten ligt: ‘Directeurs zijn toch mannen papa?’. Verrast door deze opmerking, want dit hoor ik mezelf, of de sous-chef niet zo snel zeggen, antwoord ik haar dat ook meisjes directeur zijn en dat op papa’s werk én op mama’s werk er een meisjes-directeur is. En dat zij ook directeur kan worden later. ‘Of danseres’ voegt ze er zelf snel aan toe, of ‘Albert’, wat hier in huis synoniem staat voor bouwvakker. Onze aannemer heet namelijk Albert en sinds de laatste verbouwing hier zijn alle bouwers dus ook ‘Alberts’ en ze wil regelmatig later zelf ook ‘Albert’ worden.

Het kan allemaal, maar blijkbaar is het kleine wereldje waarin ze zich nog maar begeeft nu al vol van rondzwervende vooroordelen en stereotypes. Gelukkig neemt ze zoals ik al zei niks zomaar voor waarheid aan, van niemand niet en mogen wij meestal ook nog een kleine duit in het zakje doen voor ze haar eigen oordeel velt. Snel van tafel af, nagels lakken, want dat had mama beloofd. ‘Ook naaffels lakke’ roept de andere kleine directeur vanaf zijn kant van de tafel. Ja ook nagels lakken. ‘Nagels lakken is voor meisjes’ zegt zijn zusje, ‘dat zeggen ze bij de kindjes’, oftewel: de opvang. Niet te lang over lullen, lakken die teennagels, allebei de mini’s, mama was al voorzien en de kleine teen aan mijn linkervoet is nu ook mooi paars.

Directeuren dragen nagellak, welk vakje ze ook aankruisen.

#690 Wil je er thee bij?

De minimensen gaan een paar dagen per week naar de opvang. Of zoals dat hier thuis heet ‘naar de kindjes’. De oudste zit al in het einde van haar carrière daar, die gaat dit jaar naar de basisschool. Daar heeft ze zin in. Ze weet ook precies wanneer het zover is. ‘In oktober word ik vier en dan mag ik naar de basisschool’ wordt er dan vol overtuiging gemeld aan iedereen die het horen wil. Nog geen enkel besef verder van hoe lang dat nog duurt dan en welke maanden er nog voor oktober komen, maar goed, ze is er vol van.

Haal het ook niet in je hoofd om gewoon ‘school’ te zeggen, want je wordt abrupt verbeterd. ‘Nee papa, basisschool!!’ word ik dan terecht gewezen. Gelijk heeft ze. Sinds we met haar enkele van die basisscholen van binnen hebben gekeken herkend ze ook iedere andere school als school nu. Wanneer we hier langs fietsen wordt er dan ook gevraagd wanneer we daar eens gaan kijken. Kortom ze kan niet wachten. Tot die tijd mag ze met haar broer ‘naar de kindjes’. Samen spelen. Of zoals vaak, samen zandhappen in de zandbak daar.

Als ouders worden we hier goed van op de hoogte gehouden middels een dagelijkse fotoreportage en kort verslag in de bijbehorende app. Mijn ouders moesten het nog doen met een telefoon met een draaischijf wat betreft telecommunicatie, maar vandaag de dag is dergelijke verslaglegging de normaalste zaak van de wereld. En eerlijk is eerlijk, het levert leuke plaatjes op. Voor de twee wijsneuzen is het ook echt een plek waar ze graag naartoe gaan. De oudste vraagt ’s ochtends bij het opstaan steevast ‘waar gaan we vandaag naartoe?’ en als dat niet beantwoordt wordt met ‘naar opa en oma’ of ‘naar de kindjes’, kan ik niet ontkennen dat er soms teleurstelling op het gezicht te lezen valt wanneer ik zeg dat papa vandaag thuis is om te spelen. Gelukkig duurt die teleurstelling nooit heel lang.

Van de dagen die ze daar doorbrengen wordt meestal wel mondeling verslag gedaan door die globetrottertjes, maar net zo vaak volgt er ook een antwoord als ‘niks’ op de vraag ‘wat heb je vandaag gedaan’. Net zo vaak komt er een heel verslag van ‘die en deze, die dat en dit hebben gedaan en die heeft weer die geduwd en toen moest zus huilen en zo was jarig en die juf was er niet want die heeft corona en ik mocht even bij de BSO spelen (die zit ernaast)’. En laatst kregen we te horen dat de oudste van onze twee kwebbelaars tijdens de groepssessie in de kring met haar buurvrouw tot de orde was geroepen omdat ze samen luidruchtig de laatste nieuwtjes uit de Story bleven doornemen. Op de vraag van de leidster ‘willen jullie er thee bij misschien?!’ werd bloedserieus ‘Ja graag’ geantwoord. En een koekje erbij lustte ze ook wel. Die komt er wel…

#689 Alles achterlaten

Vandaag en morgen herdenken we en vieren we onze vrijheid. Dat woord ‘vrijheid’, het had voor mij jarenlang iets abstracts. Ik dacht dat ik wel doorhad wat dit betekende. Ik fladderde een beetje door het leven. Had geluk met de plaats van mijn wieg én de bouwers van mijn nest. Mijn levenspad bewandelend aan de hand van mijn keuzes. Moeilijke keuzes soms uiteraard. Soms ook keuzes die niet helemaal uit mijn koker kwamen, maar toch, in hoe ik daarop reageerde stond ik volledig vrij. Nog steeds fladder ik door het leven, vaak als een net iets te zware duif. Je staat niet bij dingen stil, het is gewoon zo, alsof het een natuurwet is.

Natuurlijk zijn er donkere periodes, is het niet altijd groot feest. Zijn er momenten waarop je denkt dat je het zwaar hebt en óók hebt. Niet alles is te relativeren. Dwangmatig het positieve nastreven is immers ook een dood spoor. Maar je gaat door, je hebt immers ook alle ruimte daarvoor. Met je huis, je tuin, je vaste leuke baan mét die zo gezochte zingeving tegenwoordig. Kids die zorgeloos opgroeien. Zoveel scholen om je heen dat je bijna niet kunt kiezen. Je kunt zeggen en schrijven wat je wilt. Je mag het met iedereen oneens zijn. Je hebt iedere dag te eten. Je hebt de luxe je druk te maken over het klimaatprobleem en andere ver-van-je-bed-problemen.

En dan ergens in maart, fiets je met een minimens voorop en een minimens achterop, met zijn allen zingend, zo in de richting van een grote groep met mensen die uit een touringcar stappen, op het fietspad waar je dagelijks overheen rijdt. Je wordt met je neus op de feiten gedrukt. Niks is vanzelfsprekend. Die vrijheid, dat fladderen, kan van de een op andere dag volledig verdwijnen. Als een slechte film. Geregisseerd door één van de vele slechteriken op deze wereld. Je weet dan ook meteen wat dit is. Wie deze mensen zijn. Het wereldnieuws is opeens dichtbij. Deze mensen uit Oekraïne zijn alles kwijt. Alles wat ik dagelijks voor lief neem, wat zij misschien ook wel deden. Het bestaat niet meer.

Hun thuis, hun families, hun geliefden vaak en wat allemaal nog meer, zomaar, plotsklaps achtergelaten om erger te voorkomen. Ze kunnen tijdelijk terecht in een leegstaande vleugel van het ziekenhuis in onze achtertuin. In die vleugel ontmoeten we een maand later iemand zoals wij. Het is surrealistisch bijna. Niet te bevatten. Een vrouw van onze leeftijd, hoogzwanger van een tweeling. Via de gemeente kwamen we hierover te weten omdat de kinderwagen die de minimensen bij opa en oma gebruikte stof stond te happen en een nieuwe bestemming zocht. Ik moest meteen denken aan de middag met de touringcar. Er zijn nog meer spullen verzameld en er worden nog meer spullen gezocht. Voor twee nieuwe helden. Voor toch een fijne start. Een nieuwe generatie, nieuwe hoop op een tijdperk zonder oorlog. Hernieuwde vrijheid.

Dit soort momenten hebben voor mij het begrip vrijheid met rap tempo minder abstract gemaakt. Het maakt je nederig. Dankbaar. Nog bozer ben ik ook nog geworden over het misbruik van dit woord de afgelopen tweeënhalf jaar in ons land. Dit behoeft nu verder even geen uitleg. Dagen als vandaag en morgen, de Nationale Herdenking en Bevrijdingsdag zijn hard nodig om het collectieve besef dat vrijheid iets heel fragiels is waar we met zijn allen aan moeten blijven werken. Wij worden er dagelijks in wakker. Staan er dagelijks mee op en gaan er weer mee naar bed. We staan er niet bij stil, rennen en vliegen door de dag en genieten dus van die vrijheid. Maar even op de pauze-knop drukken, beseffen dat dit leven wat wij als vanzelfsprekend beschouwen plotsklaps kan verdwijnen is een luxe die vele niet hebben.

#688 Uil (duif)

Soms vraag ik me af, of nou ja soms, eigenlijk continu, hoe het brein van minimensen werkt. Eigenlijk vraag ik me net zo vaak af hoe het brein van die ‘grote’ volwassen mensen werkt, want dat lijkt een nog grotere brei aan inconsistentie. Maar dat even terzijde. Die minibreinen. Die zijn onnavolgbaar soms. De driftig rondparaderende miniman vindt alles interessant en wil van alles weten wat het precies is en doet. Ook wat ík doe word vaak bevraagd in de niet te misverstane bewoordingen ‘Wat doe jij nou!!?’. Meestal vergezeld door twee vragende handjes naast zijn hoofd. Net een pratende emoticon.

Photo by Jesse Cason on Unsplash

Zo ook dus laatst, op de fiets. Voorop, in het zitje wat eerder toehoorde aan zijn zus. Die zit nu achterop de wereld om haar heen te becommentariëren en mij van tijd tot tijd te verbeteren. Soms maak ik me er blijkbaar nogal makkelijk vanaf wanneer ik de miniman antwoord geef als hij weer eens vol overgave naar iets wijst wat hij nog niet kent. ‘Kijk!!’ is het dan, met een priemende vinger in de richting van het object of beest waarvan hij de naam nog niet weet. Nu ben ik de beroerdste niet en benoem ik braaf alles, vaak voorzien van wat extra advies, ik zit er toch. Soms gaat het even mis en maak ik een vergissing.

Meneer wees in de richting van een dikke duif, in een boom. De boom weet hij wel en ook vogel zit al een tijdje in het repertoire, dus het leek me tijd voor een verrijking. ‘Ja, vogel, maar weet je wat voor vogel?’ vroeg ik. De minimens achterop zat (waarschijnlijk met haar duim in haar mond) een beetje in haar eigen wereld te zitten, anders had die prompt geantwoord, maar nu kreeg ik zelf een keer de kans. Die kans verspeelde ik meteen, want ik beantwoorde vol overtuiging mijn eigen vraag met ‘uil!’. Instant werd dit herhaald door de vogelaar in spé: ‘Ja, uil!’.

Snel verbeterde ik mezelf nog, ‘Oh nee duif’, stamelde ik. Maar ik werd al verbeterd door de zelfverzekerde turf van nog geen meter voorop de fiets, ‘Neehee, uil…!’. Dus, sindsdien is iedere duif die we tegenkomen een uil. ‘Kijk, uil!’, inclusief miniwijsvingertje. Ik kan verbeteren wat ik wil, ik word niet meer geloofd. Het kinderbrein is een bijzondere plaats. Uil(skuiken).

#687 Opgefrommeld

De miniman heeft het een tikkeltje moeilijk met zichzelf. Ik ben net weer beneden. Hij was zijn speen kwijt en lag volledig opgefrommeld in een hoekje van zijn ledikant. In de kreukels na een weekend snot en koorts. Inclusief een nacht tussen ons in. Voor hem zichtbaar overheerlijk, voor ons, mwah, not so much. Dit zijn we al heel lang niet meer gewend en omdat ik sinds ik ook eindelijk Corona heb gehad inmiddels al een maand of twee vol met snot zit en in meer of mindere mate een laf hoestje houdt, speelde dit natuurlijk ook precies díe nacht op. Uiteraard precies op de momenten dat de kleine praatjesmaker een keer stil was.

Dit tot groot genoegen van de sous-chef, die genoten moet hebben van deze kakofonie aan mannengriepjes. Heerlijk moet dat zijn, twee van die blaffende zeehonden in je bed. Aangezien de kleine man ook al heel lang niks meer ontgaat en hij zich steeds beter in volzinnen begint uit te drukken, bleek hij vanavond zijn moeder eens goed aangekeken te hebben toen die hem in zijn eigen bed legde en met een sterk gevoel voor drama te hebben gezegd ‘bij mama slapen..!?’. Een sterk staaltje negeren van de sous-chef hierop volgend. Iets met een hek en een dam.

Je moet het hem nageven. Hij weet wat hij wil en weet dat haarfijn uit te leggen. Iets met genen en een goed voorbeeld in die andere mini die hier rondhuppelt. Gelukkig staat die andere niet-meer-zo-mini meestal klaar om hem te helpen. Vaak een stap in de goede richting, maar net zo vaak precies het randje over, de verkeerde kant op, met zijn gezicht op de grond of tegen de muur. Maar goed, dat hoort erbij. Het blijven immers broer en zus. Blijven opletten. Ik raap jullie wel weer op als het echt moet. Net als die speen.

#686 Waarom vrouwen de wereld moeten redden

Het is overduidelijk. Dat was het al, al heel lang, maar nu kunnen we er echt niet meer omheen. Mannen zijn niet in staat om de wereld te redden, of zelfs maar een klein stukje mooier te maken. Jarenlang, decennialang, millennialang zelfs staat het geslacht waar ik zelf ook toe behoor om enkele vage redenen aan het hoofd van een ‘wereld’, een zelf geconstrueerd en obsessief gecontroleerd systeem waarin zij zelf centraal staan. Het is niet te doen. Wanneer je het eenmaal ziet kun je het niet meer niet zien en is het overal.

Veel mannen, vrienden zelfs wel zo nu en dan, zullen vinden dat ik gehersenspoeld ben en me zelfs ergens een verrader vinden. Nou, ik kan je vertellen, ik ben eindelijk van mijn hersenspoeling af. Het systeem is stuk, aan alle kanten. Het rammelt, piept en kraakt en begint verregaande stuiptrekkingen te vertonen. Met Putin niet in de laatste plaats als een hele vervelende uitwas van deze fake-ass masculiniteit. En niet alleen dat, na jaren van vooruitgang, lijkt de weg terug in grote delen van de ‘beschaafde’ wereld (zoals de witte Westerse man zichzelf graag betiteld) ook te zijn ingezet. In staat na staat in Amerika wordt de laatste maanden wetgeving ingevoerd om het recht op abortus in te perken, en de rechten van LHBTIQ+ mensen worden zo’n beetje helemaal van tafel geveegd.

Tot zover de beschaving en de democratie. Aan de wieg van dit soort fantastische plannen staat altijd diezelfde man. Hij heeft meerdere namen, meerdere gezichten, zijn leeftijd zal af en toe een jaartje verschillen, met snor, zonder snor, maar het is altijd die man die vindt dat hij iets te zeggen heeft over anderen die niet voldoen aan dat predikaat, die creatie die ‘man’ heet. Dat hij het volste recht om te beslissen en om te doen en laten wat hij wil met de levens en de lichamen van anderen. Op welke wijze dan ook. Als een stukje wetgeving waardoor grote groepen opeens weer in de middeleeuwen terecht komen en dagelijks in angst leven, of met een kaars, op een uit de hand gelopen feestje, als ‘jeugdzonde’. Al is die kaars inmiddels weer uit beeld geloof ik. Een verzonnen verhaal dus? Om in de smaak te vallen bij andere angsthazen met een penis? Die andere ‘stoere’ mannen?

Is dat wat mannelijkheid behelst? Met sterke en stoere verhalen, of vaak dus net zo goed echte daden, in de smaak vallen bij andere mannen? Het alleen zien en bekoren van de eigen ‘soort’? Ik word er moedeloos van als man. Ik lees en hoor zo nu en dan reacties als dat het niet gaat om ‘alle’ mannen, dat we ons niet allemaal aangesproken of verantwoordelijk hoeven te voelen. Maar ik weet dat het uiterst comfortabel toeven is in deze wereld als man. Veel problemen zijn voor ons mannen onzichtbaar, of gewoon niet bestaand, alleen maar omdat we man zijn. En ook al draagt niet iedere actief man bij aan het in stand houden van dit diepgewortelde patriarchaat, is niet iedereen in de weer met kaarsen, dickpics, random verkrachtingen, machtsmisbruik en wetgeving om vrouwen het recht op hun eigen lichaam te ontnemen, toch voel ik dat het tijd is dat die gewone man ook opstaat. En zich uitspreekt. Wegkijken, weglachen, bagatelliseren, overtoupen met ‘hoe groot was die kaars?’ zijn allemaal bouwstenen en legitimering van ditzelfde systeem.

En dit systeem staat aan de wieg (en het behoud) van zoveel meer ellende, daar zal ik nu niet over uitweiden. En nee, kom nu niet aanzetten nu met ‘er zijn toch ook slechte vrouwen’ en ‘er zijn toch ook heel veel goede mannen’, ja natuurlijk zijn die er. Heel veel gelukkig. Sterker nog, ik ben er heilig van overtuigd dat die goeies in de meerderheid zijn, maar in slaap zijn gesukkeld. En daarom is het ook tijd om kleur te bekennen. Te beginnen met de mannen, ´ álle mannen. Johan Derksen heeft zijn kleur al ruimschoots laten zien, bakken verf gooit gij over de bühne. Die anti-man, want dat is wat hij is voor mij. In het rijtje andere anti-mannen naast Trump, Putin, Erdogan, Bolsonaro, alle Republikeinse gouverneurs, Thierry (en al zijn fanboys) en noem maar op. Draag bij, kijk niet weg, voed je zoons op en zorg voor een tijdperk van de dochters. Mannen hebben er lang genoeg een zooitje van gemaakt.