#683 Glutenvrije drollen

Het is een echte zondagmiddag. Al is het weer wel aardig. Wat ik er van zie door de ramen dan. Quarantaine it is. Mijn getik op het toetsenbord van de laptop wekt de sous-chef naast me op de bank. Ze heeft een mooie vouw in haar roze gezicht. Toch gelukt dat mini-middagdutje. Door één van de babyfoons hoor ik de oudste minimens al ruim een uur fluisteren, afgewisseld met een plotselinge ballade gewijd aan de ‘snottebel, snot-te-beeeheeel, snotttttteebellll’.

Diezelfde minimens is voor ze aan gaf toch wel heel graag naar bed te willen, pardoes voorover van het potje in de keuken gevallen. Hop, headfirst, op de keukenvloer. Ik stond er met mijn rug naartoe, maar hoorde de doffe boink. Toen ik me omdraaide zag ik een zielig en huilend hoopje mens voor haar minitoiletje liggen, waar ze de afgelopen dagen zo trots op zat en af klom. Nu ging het niet helemaal goed. Ik gaf er meteen een schapen-slof, half hangend aan haar rechtervoet de schuld van. Die was weggeschoven, want: glad op tegels. Zo hoop ik dat het potje zelf in haar koppie nu geen schuld heeft.

Al een paar dagen op rij banjer ik namelijk een aantal keer per dag van de keuken naar het toilet met hierin vers gelegde glutenvrije drollen, die zowel enthousiast van tevoren worden aangekondigd als daarna vakkundig becommentarieerd woorden door de creator. Ook wordt er op eigen aangeven geplast en zijn luiers opeens taboe overdag. Broek ophijsen: niet mee bemoeien papa. Rompers eruit en onderbroeken en hemdjes erin. Dat bleek de sleutel te zijn. Nu was ze ‘echt heel groot!’ waren haa eigen woorden. Nu maar hopen dat het schapen-slof verhaal wortel heeft geschoten en het potje de dans ontspringt.

Photo by Rod Long on Unsplash

#682 Balzaal

De twee mini’s liggen op bed. Voor hun middagdutje. De jongste lag tijdens de lunch al af en toe met zijn hoofd op tafel. Ik denk dat hij iets duidelijk wilde maken. Zijn zus was alleen nog niet helemaal klaar met haar afbakbroodje. Ook moest ze tot twee keer toe plassen. Iets wat we heel graag stimuleren en nog net geen gat in lucht springen áls ze het dan een keer aangeeft. Dus de miniman moest heel eventjes wachten. Ik heb immers maar twee handen. Echt zo’n zin voor ouders. ‘Ik heb maar twee handen hoor!’. Ik hoor het mezelf vaak zeggen. Het is waar ook.

Dat middagslaapje schiet er bij de oudste minimens weleens bij in tegenwoordig. ‘Bij de kindjes’ (opvang) wordt er al lange tijd niet meer geslapen. Daar wordt er alleen nog ‘gerust’ in bijvoorbeeld een wasmand, of de onderste plank van een kast. Allemaal heel logisch wel. Hier thuis en bij opa en oma zoekt de kleine dame haar bed nog wel graag op. Meestal dan. Gisteren mocht ze bijvoorbeeld even mee met papa. Twee megalomane speakers en een versterker ophalen uit papa’s jeugd. Een vriend uit Australië appte deze week of ik die set, waar hij vroeger mee op feestjes de DJ uithing (en ik weleens meeging te sjouwen) wilde hebben. Zijn ouders wilden er eindelijk weleens vanaf.

Ik wilde ze wel hebben zei ik. De kleine meid is dol op dansen en we hebben een zolderverdieping die nog op zoek is naar nieuwe bestemmingen, dus ik zag kansen. Een eigen balzaal op zolder, leek me wel wat. Dat ik me even verkeken had op hoe groot die dingen ook alweer waren was een detail. De pa van mij vriend reed graag even met zijn camper, waar ze wel in pasten. Niet in de laatste plaats om even te kijken welke vrouw er tegenwoordig bij mij hoort en waar ik terecht ben gekomen. De kleine danseres noemde hem inmiddels bij zijn voornaam en liep als eerste naar binnen om onze komst aan te kondigen ‘Ben komt ook nog even mee!’ Alsof twee levens zich opeens vermengden met elkaar. Mijn jeugd en mijn nu. Ik glimlachte buiten.

#681 Essentiële dienstverlening

Ruim drie maanden werk ik nu voor en in de bibliotheek. Vandaag was de eerste werkdag tijdens een nieuwe lockdown. Een echte lockdown, geen halve zoals degene die hier aan vooraf ging. Tijdens de vorige lockdown werkte ik nog vanuit onze zolderkamer aan heel andersoortige doelstellingen dan degene die zich nu steeds meer in mijn hoofd beginnen te ontvouwen. Lead generation, growth-hacking, targets, KPI’s en andere zaken vlogen dagelijks over de tafels en door de zoom-calls. Tijdens die lockdown moest de bibliotheek dicht, net als de rest van zo ongeveer heel Nederland. En niet even, maar maanden. De bibliotheek werd geschaard onder zaken die niet essentieel werden geacht.

Photo by Heather Mount on Unsplash

Het moet een raar idee zijn geweest voor de mensen die ik nu mijn collega’s noem. Net als dit nu wederom zo is voor zoveel ondernemers die hun stinkende best blijven doen om iets van bestaansrecht te behouden. Al bijna twee jaar lang. Ik had er geen idee van, toen. Toen de bibliotheek eigenlijk dicht was en ik soms terecht kwam in een zee van papieren tasjes vol met boeken. Daartussen ook altijd twee tasjes voor mij. Een met mijn leesvoer. Zelf uitgezocht en gereserveerd. Zware kost vaak, mijn hoofd was toen ook zwaar, in stijl met de situatie in de wereld. Een ander tasje vol verrassingen. Stoffen boekjes, hard papieren voorleesboekjes en andere prentenboeken. Uitgezocht voor een toen twee-jarig meisje en een mannetje van nog geen één.

Ik haalde ze af, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. De minimensen genoten van de verhalen uit hun tasje. Ik ook. En ook van degene uit mijn tas. Ik leerde de wereld wat beter begrijpen. Of althans, dat idee heb ik en is zeker betwistbaar. Wat ik niet zag was alles wat niet meer kon. Alle mensen die niet de luxe hebben om voor zichzelf wat hoogdravende literaire pillen uit te zoeken en op een tijdstip wat hen het beste uitkwam rustig naar de bieb te fietsen en deze op te halen. Laat staan de tijd vinden om ze daadwerkelijk te kunnen lezen. Of, nog sterker, ze überhaupt te kunnen lezen.

Zij hadden geen enkele reden meer om naar de bibliotheek te gaan. Die plaats die achter de schermen zo’n veilige haven blijkt te zijn voor veel meer mensen dan de fervente lezers. Mensen die niet altijd even goed hun weg kunnen vinden op al die verschillende websites. Die van de bibliotheek bijvoorbeeld, om te kunnen reserveren, die van de ontelbare webshops, betrouwbare en onbetrouwbare. Al die websites van een wirwar aan overheden en instanties. Mensen die onze taal willen leren, vooruit willen in het leven. Voor deze mensen was de bieb gesloten. De hulp die ze zochten, was niet beschikbaar. Boeken zijn niet het enige wat de bieb maakt. De bibliotheek vervult steeds meer een centrale rol in de samenleving. Achteraf gezien legt deze ervaring voor mij een toch al aanwezige tweedeling in de samenleving bloot. Voor de mensen die hun weg weten in de wereld, staan er tasjes klaar. Voor de mensen die een gids nodig hebben, stond er niks meer klaar. Alleen een bord ‘gesloten’.

Ongewenst was de bibliotheek onderdeel geworden van een tweedeling die zij juist met alle macht probeert te bestrijden. Kansengelijkheid, dat is waar het om draait. Dat begint met taal, al in de wieg. Dat hoort voor iedereen, altijd toegankelijk te zijn. En, sinds dit weekend, tijdens de zoveelste persconferentie werd het nogmaals onderstreept. Bibliotheken zijn essentieel. Voor iedereen. Bibliotheken blijven open. Altijd open, voor iedereen.

Vandaag voelde dat voor mij als iets bijzonders. Ik ben nog maar een groentje, ik loop pas drie maanden mee, en toch, toch voelt het alsof er ook in de politiek, bij de mensen die het land proberen te besturen door begint te sijpelen dat cultuur essentieel is. Taal is essentieel. Voor ontwikkeling en begrip. Voor elkaar begrijpen. Begrip als essentieel component voor saamhorigheid, voor omkijken naar elkaar, voor elkaar zien. Voor eerlijke en gelijkwaardige kansen, of toch op zijn minst eerlijkere kansen. Het is ook een begin, voor hopelijk de culturele sector over de gehele linie. Het is ook een begin voor mij persoonlijk. Het echte besef dat ik nu dagelijks werk aan iets essentieels. Iets essentieels voor de gehele maatschappij. En misschien was ik daar de afgelopen jaren wel harder naar op zoek dan ik zelf in de gaten had.

#680 Moreel kompas

Ik weet niet hoe ik moet beginnen. Hoe ik wil beginnen. Wat ik wil zeggen. Wat ik wil schrijven. Ik heb me laten provoceren. Zojuist. Op Instagram. Dat gebeurt wel vaker, dus dat is niet nieuw. Alleen zojuist voelde het alsof het een druppel was. Het gaat inmiddels echt veel te ver. En we staan er met zijn allen bij, en kijken er naar. Doen er maar weinig aan. Laten het gebeuren. Alsof het allemaal niet zo erg is. Lachen het weg. Stoppen het weg.

Ik kijk naar een foto. Een duo-foto. Met een split in het midden. Suggererend dat het twee vergelijkbare taferelen toont. Rechts zie ik een jongetje op zijn rug gezien. Hij staat tegen een hek en praat met een jongen aan de andere kant van het hek. De foto is zwart wit. Hij heeft een pet op. Een ouderwetse pet. Het tafereel speelt duidelijk in het verleden. Een erg bekend verleden. Een collectieve herinnering aan iets wat we nooit meer willen. Een zwarte bladzijde in onze geschiedenis. Zoals er vele zwarte bladzijden zijn en nog zullen komen.

Het jongetje draagt iets op zijn kleding. Op zijn schouder in dit geval. Een teken. Voor iedereen herkenbaar. Opgelegd door mensen aan de verkeerde kant van de geschiedenis, opgenaaid door waarschijnlijk zijn eigen moeder of oma. Oma’s en moeders die met hetzelfde teken over straat moesten. Het teken dat er voor zorgde dat diezelfde oma’s, diezelfde moeders, het jongetje zelf waarschijnlijk, broertjes, zusjes, neefjes, nichtjes, en opa, opa ook. Dat ze op de trein werden gezet. Hun laatste rit. Een laatste rit richting kampen waarin ze als waardeloze dingen vernietigt werden. Geen keus. Hun bezittingen geplunderd. Hun levens niks waard, hun lichamen onteerd en verbrand. Miljoenen lichamen. Generaties uitgewist. Dit is wat er toen is gebeurd.

Op de jas van het jongetje prijkt een jodenster. Op de foto links zie je een hedendaags tafereeltje. Een kindje kijkt met een pietenpet op van een afstand naar een Sinterklaasintocht, door de kier van twee bouwhekken heen. Een suggestief plaatje. Zeker omdat het zou moeten suggereren dat deze twee taferelen op een smakeloze wijze ‘hetzelfde’ zouden zijn. Een kind wat niet naar een Sinterklaasoptocht kan kijken, is hetzelfde als een kind wat hoogstwaarschijnlijk in de verbrandingsovens in een van de vernietigingskampen van de Nazi’s in verdwenen. Dat is wat dit plaatje zegt.

Dit plaatje, deze smakeloze suggestie, die dient als koren op de molen van de Faya Lourensjes en Mental Theootjes van deze wereld, wordt straffeloos op Instagram geplaatst door een gekozen volksvertegenwoordiger die dagelijks een zetel inneemt in onze tweede kamer. Waar hij, met een paar mede-trawanten, dagelijks opnieuw alleen maar provoceert om het provoceren. Waar hij wars van welk moreel kompas mensen voorliegt, bedriegt en tegen elkaar ophitst. En stapje voor stapje gaat het steeds verder. Thierry Baudet, waar ik het hier over heb, is een schande en een gevaar voor onze democratie en kaapt met dergelijke acties onze geschiedenis. Ik word er misselijk van.

En toch, toch wil ik leren begrijpen wat diezelfde Faya Lourens en diezelfde Mental Theo, en met hun nog duizenden mensen bezielt om hier hartstochtelijk en vol overtuiging in mee te gaan. En de collega-kamerleden van Thierry en zijn bende moeten dit ook. Leer het begrijpen. Maar accepteer het nooit. Accepteer deze manier van valse geschiedschrijving niet en biedt een alternatief. Verlies die mensen niet. Dat zou weleens gevaarlijk kunnen zijn.

#679 Een uur achteruit

Ik deed net de jongste hier in huis, de miniman, in bad. In een gehavende badkamer met beperkt licht en zonder enige vorm van gordijnen. Het is buiten al even donker en terwijl die mini lekker zit te spetteren besef ik pas dat het voor die kleintjes en hun ingebakken kookwekker eigenlijk al een uurtje later is dan ‘normaal’.

En opeens begrijp ik de extra chagrijn en het kortere lontje van die andere minimens wat beter. Zojuist aan tafel tijdens het eten, en daarna, vloeiden er iets meer tranen dan normaal. Al weet ik niet of ik daarmee vooral ook mijn eigen kortere lontje goed praat of dat dit echt het geval is. Tranen zijn er altijd wel ergens om. Al is het om een sok die toch zeker een net een graad of 21 de verkeerde kant op gedraaid zit, dan wel om een net iets te donker geserveerd oranje stukje zoete aardappel, of een speelgoedauto die er toch echt niet meer bij past in die broekzak, omdat er al 14 in zitten…

Dat van die aardappel wordt dan ook nog eens eerst luidkeels gemeld, om vervolgens wanneer ik me omdraai, wel opgegeten te worden. Soms moet je dingen niet willen begrijpen. Een degelijke constante valkuil. Ik lazer er vaak in. Het is een bijzondere leerschool dat vader zijn. Nooit uitgeleerd. En maar bijdehand doen tegen die mini’s. Ze zullen wel vaak denken ‘wat lul jij nou man, weet je zelf wel waar je het over hebt!?’ Nou vaak niet dus. Ik heb mezelf altijd al een tikkeltje autodidactisch gevonden en dat komt nu goed van pas. Alles wat je vandaag leert kan volgende week weer grotendeels de prullenbak in. Overdreven natuurlijk, al voelt het soms wel zo.

We denken ook (te) vaak dat we als mens controle hebben over de toekomst. Ik vraag me vaak af of die invloed ook daadwerkelijk zo groot is als hij in onze hoofden lijkt. Het voelt alsof we er van overtuigd zijn dat we hiermee controle kunnen uitoefenen op het verloop van de tijd. Wat weer met zich meebrengt dat we van dingen uit gaan, dat we anticiperen op dingen. Dat we dingen verwachten. Wat weer onherroepelijk leidt tot teleurstellingen omdat dingen toch altijd exact anders lopen dan gedacht, of verwacht. Zoals ook nu, terwijl ik verwacht dit stukje af te kunnen schrijven en daarna de gister al voorbereidde risotto naar binnen te kunnen schuiven omdat de sous-chef de minimens in bad doet en op bed legt.

Niks blijkt minder waar, want halverwege dat ritueel komt diezelfde sous-chef naar beneden rennen om te zeggen dat de minimens nu toch echt verwacht dat ik haar uit bad haal en op bed leg vanwege een kleine miscommunicatie tussen de dames. En zo geschiedde. Laptop dicht, vuur onder de pan vandaan en naar boven om de minimens uit bad te halen en op bed te leggen. We hebben nul invloed meer op het uur wat achter ons ligt, maar we hebben ook zeker vele malen minder invloed op het uur wat voor ons ligt. Dat lijken we weleens te vergeten in een wereld waar in we alle mogelijke risico’s op voorhand willen uitsluiten. Soms is het beter om een uurtje achteruit te denken. Reflectie heet dat geloof ik. Zouden we allemaal vaker moeten doen.

#678 Oude paden

Niet met
niet zonder.

Liefde in een notendop.

Leren accepteren,
vallen
daarna weer opstaan.

Vasthouden.
Weglopen.

Af en toe gedonder.

Gemak, geluk, plezier.
Soms
lege woorden
in mijn kop.

Toch geladen.
Bijgevuld,
dure brandstof.

Altijd verder reizen,
bestemming onbekend.

Nieuwe oorden
nieuwe reisgenoten
op een route vol oude paden.

Waar ik jou en jij mij
eerder
al graag trof.

#677 Less is more

Volgens mij is het inmiddels alweer meer dan twee weken terug dat ik hier mezelf moed in zat te praten en motiveerde om weer dagelijks te gaan schrijven. Dat dit een tikkeltje overmoedig was wist ik toen eigenlijk al. Maar goed, dat hindert niet. Vandaag is het wel weer zo ver, en dat is al heel wat. Vind ik dan.

Inmiddels ben ik tot de conclusie gekomen dat ik een tijdje misschien ook gewoon net iets teveel in een dag probeerde te proppen. Nu lijken de dagen met twee mini’s om je heen vaak zowel ellenlang te duren, als supersnel voorbij te vliegen en dan vaak ook nog in een rare mix van die twee. Twilight zone. Andere vaders, moeders, of andersoortige opvoeders weten misschien een beetje wat ik bedoel. Tel daarbij op dat die twee ruwe diamanten ook ’s nachts graag nog eens wat aandacht opeisen (vragen is er niet bij) en de ooit zo heldere scheiding tussen dag en nacht blijkt ook opeens verdwenen.

Een soort permanente staat van zijn is wat er voor in de plaats is gekomen. En dat is gewoon zo. Dat is niet leuk, dat is niet stom, dat is gewoon. Neemt niet weg dat hierdoor (en misschien ook wel door het feit dat ik net een nieuwe job heb, met nogal veel indrukken en nieuwe dingen waar ik maar al te graag in duik, een vrij grootscheepse verbouwing die zich aandient en waarvoor de voorbereidingen ook al de nodige energie vragen, een minibieb die even snel in mekaar moest worden geknutseld, een wekelijkse hersenbrekende cursus en het onderhoud van de website van een nogal explosief groeiende politieke partij) mijn hoofd zich zo langzamerhand begon af te vragen wat ik nu eigenlijk allemaal aan het doen was. En voor wie.

Gelukkig weet ik tegenwoordig ook prima een rem te vinden. En kost het me weinig moeite meer om deze in te trappen en snel weer te overzien wat nu echt belangrijk is. Dus, voorlezen aan de mini’s voor ze gaan slapen zonder met mijn hoofd bij de agenda update van een lokale fractie in Rotterdam te zijn die vanavond toch echt online moet. Dus, de sous-chef die op dit moment aannemer is, ondersteunen als opperman daar waar nodig. Dus ook, tijd nemen om weer echt eens een boekje te lezen om te ontspannen, zonder te denken dat andere boeken vol hoogdravende wereldverbeterende teksten en ideeën eigenlijk voorrang hebben. Dus, even naar opa fietsen die met zijn knie omhoog ligt. Dus, zomaar wat schrijven, omdat het leuk is, zonder te denken dat ik er eigenlijk een essay uit zou moeten persen waarin ik het klimaatprobleem oplos. Dus, spontaan naar kermis gaan en 17 keer in de draaimolen zitten tot je er zelf misselijk van wordt, maar er toch van genieten. Dus, zomaar opeens een half uurtje langer slapen op woensdag en met zijn allen ontbijten.

Dus dat. Less is more. Soms echt.

#676 Pizza en een jointje

De titel doet vermoeden dat ik hier vanavond lekker op de bank heb zitten blowen en daarna een vreetkick kreeg. Die vreetkick was er wel en het bijbehorende proppen ook, maar dat had een iets andere reden dan goed werkende wiet. De sous-chef is naar een uitje van haar werk. Ik probeer dus in alle rust twee mini’s op bed te krijgen. En belangrijker, te houden.

Dat eerste lukt nog aardig. De ietwat zieke miniman lijkt meteen prima in slaap te vallen. Zijn zusje daarentegen maakt er een iets langer ritueel van. Slokje drinken. Op het potje plassen. Op de wc plassen. Niet willen tanden poetsen. Nog steeds niet willen tanden poetsen. Nog een extra poging te moeten willen plassen. ‘Er komt niks papa’…nee, goh, je bent net twee keer geweest. Even de lamp aan doen. Verhaaltje lezen. Liedje zingen. Bijna de deur dicht doen. Toch niet. ‘Papa ik heb een snotje!’

Ja, nee dat snap ik, met snot aan je vingers kun je niet slapen. Nog een snotje en nog een. Ik word gepiepeld. En ik weet het. ‘Laatste snotje nu!’ hoor ik mezelf zeggen. Wat is dat nou voor zin? En ook zo lekker pedagogisch verantwoord enzo. Ga ik dat later ook zo doen ‘Laatste jointje nu!’, met mijn wijsvinger omhoog, klaar om uitgelachen te worden. Nee dat moet anders. De miniman is inmiddels wakker geworden van die poppenkast en zet het op een hartverscheurend krijsen. Even troosten. Nog even krijsen. Toch weer slapen. Ding dong. Pizza. Snel, prop naar binnen, want je weet nooit wanneer er weer eentje roept.

Over die joints dan. Er schijnen hier in de speeltuinen in de wijk, die ik nogal vaak afstruin met het mini-gespuis hier in huis, nogal vaak wat afvalresten van wietjes te liggen. Niet handig natuurlijk. Ik denk dan, ruim die zooi op dan is er niks aan de hand, terugdenkend aan alle bankjes in speeltuinen en parken die ik zelf op die manier heb gezien toen ik een jaar of 16 was. Ik had nooit kwaad in de zin. Ik weet dat andere mensen dat misschien wat minder zien, of snappen. En natuurlijk is het voor de hand liggend te denken ‘geen wiet in de speeltuin’, maar ik denk vooral ‘ruim gewoon je bende op’, dan kan iedereen in zijn eigen tijd en op hun eigen manier die speeltuin gebruiken, zonder er een zooi van te maken. Laat iedereen in zijn waarde. Dat zal ik die mini’s eventueel ook mee proberen te geven als ze straks op hun 15de in andere speeltuinen komen…

#675 Drie onder de drie

De oudste zus appte gisteren rond de middag. Ze vroeg me welke dagen ik nu ook alweer aan het werk was. Drie dagen was mijn antwoord. Dinsdag, woensdag en donderdag. Zo’n vraag staat meestal niet op zichzelf. Nu ook niet. Al snel kwam de melding dat de gastouder van de mini-neef ziek was en of ik er nog eentje bij kon hebben op de maandag. Nu heb ik van tijd tot tijd al moeite genoeg met die twee mini’s hier thuis en alles daaromheen, maar natuurlijk kon ik dan.

De mini-neef was al eens eerder een ochtend komen spelen en dit ging toen prima. Chaos in je uppie, maar prima. Deze keer was het met slaaps, the full sjabang. Inclusief campingbed op zolder. Om 08:00 uur sharp schoof de miniman onze ontbijtzaal in en was net te laat voor het lopend buffet. Dit was al grotendeels opgeruimd. Gelukkig had ik van zijn volwassen-personeel al vernomen dat hij thuis gewoon een en ander kreeg. Voedertijd was dus voorbij. Er kon meteen gespeeld worden. De twee die nog wel met slab aan tafel zaten wilden hier meteen van af en het feest begon.

Bakken met auto’s, loopfietsen, loopkoeien, brandweerwagens, puzzels, boekjes, alles vloog me om de oren. Ik had me er op ingesteld en probeerde eens niet als veegwagen achter de meute aan te lopen. Er werd geroepen om speculaasjes, vooral door de minimensen die hier wonen. Terwijl de kleinste, maar meestal luidruchtigste mini zijn ochtendslaapje deed (of althans probeerde), maakte ik met de andere twee de wijk even onveilig. Slecht plan. Want we konden niet verder dan de reikwijdte van de babyfoon (lees: niet ver) en dat was niet naar de gading van met name de zus van degene die lag te slapen. Huilen geblazen. Onmacht. Tijd om weer naar binnen te gaan.

Binnen verder spelen, roepen, rennen, rijden, vazen omgooien, koekjes eten, boterham eten en uiteindelijk: slapen! Met zijn drieën tegelijk. Anderhalf uur rust voor ronde twee begon. Die vooral bestond uit een rondje speculaasjes en veel Tip de Muis. De mini-neef zei op een gegeven moment ‘mijn mama komt zo’. En ik dacht opgewekt, ‘Ja! Jouw mama komt zo!’ Drie onder de drie. Een carrière als gastouder laat ik voorlopig even schieten denk ik.