#670 Schrijver

Sinds een tijdje staat er heel bombastisch ‘Writer’ in mijn zogenoemde headline op LinkedIn. Naast ‘Marketing Specialist’ weliswaar, waarvan ik inmiddels best aardig geloof dat ik het ben, maar toch. Het is iets wat leeft in mijn hoofd. Het is een zogeheten hoger doel wat ooit ontstaan is en waarschijnlijk nu dus ook nooit meer weg gaat.

Een boek schrijven, of misschien beter, een boek uitgeven wat mensen daadwerkelijk kunnen kopen. Dat betekent dus dat ik uiteindelijk iets schrijf waar andere mensen dan weer geld voor betalen om het te kunnen lezen (of in de kast te zetten). Dat is nogal wat. Maar goed, dat is wat de doorsnee schrijver doet. Dat is waar die mensen van leven. En dat is dus niet wat ik doe. Ik tik voorlopig met de grootst mogelijke moeite hier af en toe wat kleine stukjes over van alles en nog wat en ik krabbel wat in dagboekjes, zonder enige regelmaat of structuur.

En toch, sinds ik dat woord, voor iedereen zichtbaar, ben gaan gebruiken als beschrijving van mezelf merk ik dat ik mezelf zo ook wat meer ga zien. Ik heb geen idee hoe andere schrijvers te werk gaan, ik lees er wel eens wat over, maar dan is het toch nog vaak een hoop onduidelijkheid over een bepaald gevoel, een bepaalde flow waar ze over praten. Wel vaak gekoppeld aan regelmaat en de melding dat het gewoon een kwestie van doen is. Dat laatste herken ik wel.

Dat zal de volgende stap dan weer zijn. Op gezette tijden een tijd in de pen klimmen om, nou ja, te schrijven dus. Tot die tijd ben ik naast schrijver vooral lezer. En voor lezen geldt eigenlijk hetzelfde. Gewoon doen.

#669 Lezen en schrijven

De hele dag zit het al in mijn hoofd. Of al langer. Sinds vorige week ergens. Of nou ja, vast nog wel langer. Vandaag zou de dag worden dat ik weer echt met regelmaat ga schrijven hier. En dan niet alleen die hobby-haiku’s die ik de laatste tijd de wereld in slinger. Die komen blijkbaar vanzelf, dat wel, het is leuk, dus dat blijf ik ook doen. Maar nee, ook weer wat anders. Datgene waar ik ooit zo veel plezier uithaalde. Dat wat me dagelijks bezig hield. En dat wat anderen blijkbaar ook nog eens de moeite waard vonden om te lezen, iedere dag zelfs.

Ooit begon het met een duidelijke doel. Een doelstelling. Een uitdaging. Kijken of ik het zou kunnen, of ik het zou halen. Schrijven. Dagelijks een stukje schrijven over wat dan ook. Rode draad zou koken, eten en alles wat erom heen hangt zijn. Dat is in de loop der jaren (ja, jaren inmiddels) wel wat uitgewaaierd, maar toch. Dit oorspronkelijke doel haalde ik. Ik schreef hier op deze plaats dagelijks een stukje van minimaal 250 woorden, 250 dagen aan één stuk. Het werd zelfs meer, ik wilde niet stoppen en ging door. Gunde mezelf één dag rust per week, maar de woorden bleven komen.

De eerste 327 staan zelfs in boekvorm hier in de kast. Mijn eerste boek. Een echt boek. Een cadeautje van de toen net geboren minimens. Met wat hulp van haar moeder en haar tante. Nummer 327 gaat over haar geboorte. Daarna begon het experimenteren, met langere stukken. Een verdwaald essay kwam eruit en een halfbakken poging tot kort verhaal is ook weleens aan de orde geweest denk ik. De klad kwam erin, het wilde niet echt meer. Ik gooide het al snel op tijdgebrek, want tsja, er was opeens ook een miniman, die ook terecht zijn aandacht opeiste. En er was corona, dagen die hetzelfde leken, maar niet waren.

Er waren opeens gedichten in die periode, dat dan weer wel. Ik zat (en zit) veel in mijn hoofd. Ik mijmer, ik maak me zorgen, ik twijfel, ik denk, ik weeg af. Ik schrijf alleen niet meer. Alhoewel dat ook niet waar is. Ik ben verborgen gaan schrijven. Schrijven met een duidelijk publiek. Er zijn dagboeken. Dagboeken voor mij alleen. Dagboeken voor de minimens, voor de miniman en voor de sous-chef. Ook hier op dit moment weinig regelmaat. Het komt zoals het komt. En dat knaagt. Waarom?

Ik had plezier in schrijven. Veel plezier. Het gaf me energie. Ik had lol. En ik leerde mezelf en de wereld om me heen op een andere manier kennen. Gewoon, simpel, door er over te schrijven. Die sluimerende stok achter de deur zorgde er voor dat de weg naar de laptop of zelfs mobiel dagelijks werd gevonden om maar iets te schrijven. Het was leuk en ook een beetje spannend. Het was allebei tegelijk. En dat mis ik. Meer dan ik het afgelopen jaar beseft heb denk ik. Het geeft ook niet. Niks is verloren. Ergens zocht ik naar dat ene moment. Dat moment wanneer ik weer zou beginnen. Dat moment is vandaag.

Vandaag is niet zomaar vandaag natuurlijk. Vandaag is de eerste dag van de Week van Lezen en Schrijven. En vorige week ben ik begonnen aan mijn nieuwe avontuur, mijn nieuwe roeping zou ik bijna durven zeggen, bij Bibliotheek Rivierenland. Tijd om weer te schrijven dus. Want schrijven is net zo leuk als lezen. Het gaat om de lol. Lol in lezen en nu dus ook weer in schrijven. Morgen meer.

#661 Big in Japan

De Olympische Spelen zijn voorbij. Een jaar later dan gepland en veelal zonder publiek hebben de Nederlandse sporters aardig hun best gedaan. Ik heb niet alles gezien, verre van, maar zo nu en dan pakte ik wel wat mee op tv of via de socials. Wat ik zag en vooral ook wat ik hoorde bracht mooie herinneringen te boven. Ik hoorde een band bij een avondprogramma steevast ‘Big in Japan’ spelen. Vroeger had ik overigens geweten wie deze band was en er zelfs wat feitjes over op kunnen noemen. Doet er niet toe. Het nummer, origineel van Alphaville, stopte ik ooit eens als zogeheten easter egg onder de titelafbeelding in een nieuwsbrief die we naar wereldwijde klanten stuurden van mijn toenmalige werkgever. Even klikken en landen op de YouTube clip van dat nummertje. Ik werkte er toen denk ik koud een week en vond een geintje wel leuk in een nieuwsbrief over de opening van het nieuwe kantoor in Japan.

Dat ik later in datzelfde kantoor en op héél veel andere plaatsen zou ondervinden dat Japanners niet altijd dezelfde soort humor delen met wij Nederlanders, of laat ik het meer bij mezelf houden: met mij, wist ik toen nog niet. Wel is daar denk ik mijn fascinatie met Japan begonnen. Japan was opeens dichtbij. Het bleef mystiek, onbekend, ver weg, maar omdat ik opeens vrij regelmatig contact had met Japanse collega’s en collega’s vanuit Nederland om de havenklap naar Japan zag vliegen ontstond er interesse. Koppel dit aan een zelfde sluimerende interesse richting dat land ‘als ik dan toch ver ga reizen wil ik wel naar Japan’ (of iets in die richting), van de sous-chef en de missie was compleet.

Al snel belandde ikzelf meerdere keren in Japan. In Tokyo, maar ook in kleinere plaatsen, om Nederlandse technologie te promoten en met consuls en ambassademedewerkers koffie te drinken en plannen te smeden. Ik werd verliefd op alles wat Japan bleek te zijn, van de eeuwenoude mystieke fijnbesnaarde cultuur, tot aan de ultra schreeuwende neon-commercie die eigenlijk vaak naadloos in elkaar verweven zijn. Ik reisde veelal in mijn eentje, liep wat rondjes hard in het keizerlijke park in Tokyo en zat als enige lange buitenlander aan sushi lopende bandjes in steegjes achteraf waar wat woorden Engels ver te zoeken was maar pullen ijskoud bier altijd voorhanden waren. Ik mis het soms, zeker weten.

Hier moesten en zouden we ook met zijn tweeën heen. En zo geschiedde. We combineerden werk, een filmopname op de grootste scheepswerf ter wereld (nog bizar om aan terug te denken), met wat uiteindelijk voor beiden een van de mooiste periodes in ons leven zou blijken. We reisden drie weken lang per trein door steden en dorpen in verschillende windstreken van Japan en stapelden herinnering op ervaring op verhaal. We zijn er allebei al heel lang over uit dat we dit zodra de minimens en de miniman een stukkie groter zijn, als het allemaal even kan, dit nog een dunnetjes over zouden willen doen met zijn viertjes. Soms moet je iets hebben om naar uit te kijken, soms komt het wat vaker aan het oppervlak door een onbekende band in een olympisch praatprogramma, maar we kijken er allebei naar uit, dat is wel zeker. Big in Japan. Verliefd op Japan.