#690 Wil je er thee bij?

De minimensen gaan een paar dagen per week naar de opvang. Of zoals dat hier thuis heet ‘naar de kindjes’. De oudste zit al in het einde van haar carrière daar, die gaat dit jaar naar de basisschool. Daar heeft ze zin in. Ze weet ook precies wanneer het zover is. ‘In oktober word ik vier en dan mag ik naar de basisschool’ wordt er dan vol overtuiging gemeld aan iedereen die het horen wil. Nog geen enkel besef verder van hoe lang dat nog duurt dan en welke maanden er nog voor oktober komen, maar goed, ze is er vol van.

Haal het ook niet in je hoofd om gewoon ‘school’ te zeggen, want je wordt abrupt verbeterd. ‘Nee papa, basisschool!!’ word ik dan terecht gewezen. Gelijk heeft ze. Sinds we met haar enkele van die basisscholen van binnen hebben gekeken herkend ze ook iedere andere school als school nu. Wanneer we hier langs fietsen wordt er dan ook gevraagd wanneer we daar eens gaan kijken. Kortom ze kan niet wachten. Tot die tijd mag ze met haar broer ‘naar de kindjes’. Samen spelen. Of zoals vaak, samen zandhappen in de zandbak daar.

Als ouders worden we hier goed van op de hoogte gehouden middels een dagelijkse fotoreportage en kort verslag in de bijbehorende app. Mijn ouders moesten het nog doen met een telefoon met een draaischijf wat betreft telecommunicatie, maar vandaag de dag is dergelijke verslaglegging de normaalste zaak van de wereld. En eerlijk is eerlijk, het levert leuke plaatjes op. Voor de twee wijsneuzen is het ook echt een plek waar ze graag naartoe gaan. De oudste vraagt ’s ochtends bij het opstaan steevast ‘waar gaan we vandaag naartoe?’ en als dat niet beantwoordt wordt met ‘naar opa en oma’ of ‘naar de kindjes’, kan ik niet ontkennen dat er soms teleurstelling op het gezicht te lezen valt wanneer ik zeg dat papa vandaag thuis is om te spelen. Gelukkig duurt die teleurstelling nooit heel lang.

Van de dagen die ze daar doorbrengen wordt meestal wel mondeling verslag gedaan door die globetrottertjes, maar net zo vaak volgt er ook een antwoord als ‘niks’ op de vraag ‘wat heb je vandaag gedaan’. Net zo vaak komt er een heel verslag van ‘die en deze, die dat en dit hebben gedaan en die heeft weer die geduwd en toen moest zus huilen en zo was jarig en die juf was er niet want die heeft corona en ik mocht even bij de BSO spelen (die zit ernaast)’. En laatst kregen we te horen dat de oudste van onze twee kwebbelaars tijdens de groepssessie in de kring met haar buurvrouw tot de orde was geroepen omdat ze samen luidruchtig de laatste nieuwtjes uit de Story bleven doornemen. Op de vraag van de leidster ‘willen jullie er thee bij misschien?!’ werd bloedserieus ‘Ja graag’ geantwoord. En een koekje erbij lustte ze ook wel. Die komt er wel…

#689 Alles achterlaten

Vandaag en morgen herdenken we en vieren we onze vrijheid. Dat woord ‘vrijheid’, het had voor mij jarenlang iets abstracts. Ik dacht dat ik wel doorhad wat dit betekende. Ik fladderde een beetje door het leven. Had geluk met de plaats van mijn wieg én de bouwers van mijn nest. Mijn levenspad bewandelend aan de hand van mijn keuzes. Moeilijke keuzes soms uiteraard. Soms ook keuzes die niet helemaal uit mijn koker kwamen, maar toch, in hoe ik daarop reageerde stond ik volledig vrij. Nog steeds fladder ik door het leven, vaak als een net iets te zware duif. Je staat niet bij dingen stil, het is gewoon zo, alsof het een natuurwet is.

Natuurlijk zijn er donkere periodes, is het niet altijd groot feest. Zijn er momenten waarop je denkt dat je het zwaar hebt en óók hebt. Niet alles is te relativeren. Dwangmatig het positieve nastreven is immers ook een dood spoor. Maar je gaat door, je hebt immers ook alle ruimte daarvoor. Met je huis, je tuin, je vaste leuke baan mét die zo gezochte zingeving tegenwoordig. Kids die zorgeloos opgroeien. Zoveel scholen om je heen dat je bijna niet kunt kiezen. Je kunt zeggen en schrijven wat je wilt. Je mag het met iedereen oneens zijn. Je hebt iedere dag te eten. Je hebt de luxe je druk te maken over het klimaatprobleem en andere ver-van-je-bed-problemen.

En dan ergens in maart, fiets je met een minimens voorop en een minimens achterop, met zijn allen zingend, zo in de richting van een grote groep met mensen die uit een touringcar stappen, op het fietspad waar je dagelijks overheen rijdt. Je wordt met je neus op de feiten gedrukt. Niks is vanzelfsprekend. Die vrijheid, dat fladderen, kan van de een op andere dag volledig verdwijnen. Als een slechte film. Geregisseerd door één van de vele slechteriken op deze wereld. Je weet dan ook meteen wat dit is. Wie deze mensen zijn. Het wereldnieuws is opeens dichtbij. Deze mensen uit Oekraïne zijn alles kwijt. Alles wat ik dagelijks voor lief neem, wat zij misschien ook wel deden. Het bestaat niet meer.

Hun thuis, hun families, hun geliefden vaak en wat allemaal nog meer, zomaar, plotsklaps achtergelaten om erger te voorkomen. Ze kunnen tijdelijk terecht in een leegstaande vleugel van het ziekenhuis in onze achtertuin. In die vleugel ontmoeten we een maand later iemand zoals wij. Het is surrealistisch bijna. Niet te bevatten. Een vrouw van onze leeftijd, hoogzwanger van een tweeling. Via de gemeente kwamen we hierover te weten omdat de kinderwagen die de minimensen bij opa en oma gebruikte stof stond te happen en een nieuwe bestemming zocht. Ik moest meteen denken aan de middag met de touringcar. Er zijn nog meer spullen verzameld en er worden nog meer spullen gezocht. Voor twee nieuwe helden. Voor toch een fijne start. Een nieuwe generatie, nieuwe hoop op een tijdperk zonder oorlog. Hernieuwde vrijheid.

Dit soort momenten hebben voor mij het begrip vrijheid met rap tempo minder abstract gemaakt. Het maakt je nederig. Dankbaar. Nog bozer ben ik ook nog geworden over het misbruik van dit woord de afgelopen tweeënhalf jaar in ons land. Dit behoeft nu verder even geen uitleg. Dagen als vandaag en morgen, de Nationale Herdenking en Bevrijdingsdag zijn hard nodig om het collectieve besef dat vrijheid iets heel fragiels is waar we met zijn allen aan moeten blijven werken. Wij worden er dagelijks in wakker. Staan er dagelijks mee op en gaan er weer mee naar bed. We staan er niet bij stil, rennen en vliegen door de dag en genieten dus van die vrijheid. Maar even op de pauze-knop drukken, beseffen dat dit leven wat wij als vanzelfsprekend beschouwen plotsklaps kan verdwijnen is een luxe die vele niet hebben.

#688 Uil (duif)

Soms vraag ik me af, of nou ja soms, eigenlijk continu, hoe het brein van minimensen werkt. Eigenlijk vraag ik me net zo vaak af hoe het brein van die ‘grote’ volwassen mensen werkt, want dat lijkt een nog grotere brei aan inconsistentie. Maar dat even terzijde. Die minibreinen. Die zijn onnavolgbaar soms. De driftig rondparaderende miniman vindt alles interessant en wil van alles weten wat het precies is en doet. Ook wat ík doe word vaak bevraagd in de niet te misverstane bewoordingen ‘Wat doe jij nou!!?’. Meestal vergezeld door twee vragende handjes naast zijn hoofd. Net een pratende emoticon.

Photo by Jesse Cason on Unsplash

Zo ook dus laatst, op de fiets. Voorop, in het zitje wat eerder toehoorde aan zijn zus. Die zit nu achterop de wereld om haar heen te becommentariëren en mij van tijd tot tijd te verbeteren. Soms maak ik me er blijkbaar nogal makkelijk vanaf wanneer ik de miniman antwoord geef als hij weer eens vol overgave naar iets wijst wat hij nog niet kent. ‘Kijk!!’ is het dan, met een priemende vinger in de richting van het object of beest waarvan hij de naam nog niet weet. Nu ben ik de beroerdste niet en benoem ik braaf alles, vaak voorzien van wat extra advies, ik zit er toch. Soms gaat het even mis en maak ik een vergissing.

Meneer wees in de richting van een dikke duif, in een boom. De boom weet hij wel en ook vogel zit al een tijdje in het repertoire, dus het leek me tijd voor een verrijking. ‘Ja, vogel, maar weet je wat voor vogel?’ vroeg ik. De minimens achterop zat (waarschijnlijk met haar duim in haar mond) een beetje in haar eigen wereld te zitten, anders had die prompt geantwoord, maar nu kreeg ik zelf een keer de kans. Die kans verspeelde ik meteen, want ik beantwoorde vol overtuiging mijn eigen vraag met ‘uil!’. Instant werd dit herhaald door de vogelaar in spé: ‘Ja, uil!’.

Snel verbeterde ik mezelf nog, ‘Oh nee duif’, stamelde ik. Maar ik werd al verbeterd door de zelfverzekerde turf van nog geen meter voorop de fiets, ‘Neehee, uil…!’. Dus, sindsdien is iedere duif die we tegenkomen een uil. ‘Kijk, uil!’, inclusief miniwijsvingertje. Ik kan verbeteren wat ik wil, ik word niet meer geloofd. Het kinderbrein is een bijzondere plaats. Uil(skuiken).

#687 Opgefrommeld

De miniman heeft het een tikkeltje moeilijk met zichzelf. Ik ben net weer beneden. Hij was zijn speen kwijt en lag volledig opgefrommeld in een hoekje van zijn ledikant. In de kreukels na een weekend snot en koorts. Inclusief een nacht tussen ons in. Voor hem zichtbaar overheerlijk, voor ons, mwah, not so much. Dit zijn we al heel lang niet meer gewend en omdat ik sinds ik ook eindelijk Corona heb gehad inmiddels al een maand of twee vol met snot zit en in meer of mindere mate een laf hoestje houdt, speelde dit natuurlijk ook precies díe nacht op. Uiteraard precies op de momenten dat de kleine praatjesmaker een keer stil was.

Dit tot groot genoegen van de sous-chef, die genoten moet hebben van deze kakofonie aan mannengriepjes. Heerlijk moet dat zijn, twee van die blaffende zeehonden in je bed. Aangezien de kleine man ook al heel lang niks meer ontgaat en hij zich steeds beter in volzinnen begint uit te drukken, bleek hij vanavond zijn moeder eens goed aangekeken te hebben toen die hem in zijn eigen bed legde en met een sterk gevoel voor drama te hebben gezegd ‘bij mama slapen..!?’. Een sterk staaltje negeren van de sous-chef hierop volgend. Iets met een hek en een dam.

Je moet het hem nageven. Hij weet wat hij wil en weet dat haarfijn uit te leggen. Iets met genen en een goed voorbeeld in die andere mini die hier rondhuppelt. Gelukkig staat die andere niet-meer-zo-mini meestal klaar om hem te helpen. Vaak een stap in de goede richting, maar net zo vaak precies het randje over, de verkeerde kant op, met zijn gezicht op de grond of tegen de muur. Maar goed, dat hoort erbij. Het blijven immers broer en zus. Blijven opletten. Ik raap jullie wel weer op als het echt moet. Net als die speen.

#686 Waarom vrouwen de wereld moeten redden

Het is overduidelijk. Dat was het al, al heel lang, maar nu kunnen we er echt niet meer omheen. Mannen zijn niet in staat om de wereld te redden, of zelfs maar een klein stukje mooier te maken. Jarenlang, decennialang, millennialang zelfs staat het geslacht waar ik zelf ook toe behoor om enkele vage redenen aan het hoofd van een ‘wereld’, een zelf geconstrueerd en obsessief gecontroleerd systeem waarin zij zelf centraal staan. Het is niet te doen. Wanneer je het eenmaal ziet kun je het niet meer niet zien en is het overal.

Veel mannen, vrienden zelfs wel zo nu en dan, zullen vinden dat ik gehersenspoeld ben en me zelfs ergens een verrader vinden. Nou, ik kan je vertellen, ik ben eindelijk van mijn hersenspoeling af. Het systeem is stuk, aan alle kanten. Het rammelt, piept en kraakt en begint verregaande stuiptrekkingen te vertonen. Met Putin niet in de laatste plaats als een hele vervelende uitwas van deze fake-ass masculiniteit. En niet alleen dat, na jaren van vooruitgang, lijkt de weg terug in grote delen van de ‘beschaafde’ wereld (zoals de witte Westerse man zichzelf graag betiteld) ook te zijn ingezet. In staat na staat in Amerika wordt de laatste maanden wetgeving ingevoerd om het recht op abortus in te perken, en de rechten van LHBTIQ+ mensen worden zo’n beetje helemaal van tafel geveegd.

Tot zover de beschaving en de democratie. Aan de wieg van dit soort fantastische plannen staat altijd diezelfde man. Hij heeft meerdere namen, meerdere gezichten, zijn leeftijd zal af en toe een jaartje verschillen, met snor, zonder snor, maar het is altijd die man die vindt dat hij iets te zeggen heeft over anderen die niet voldoen aan dat predikaat, die creatie die ‘man’ heet. Dat hij het volste recht om te beslissen en om te doen en laten wat hij wil met de levens en de lichamen van anderen. Op welke wijze dan ook. Als een stukje wetgeving waardoor grote groepen opeens weer in de middeleeuwen terecht komen en dagelijks in angst leven, of met een kaars, op een uit de hand gelopen feestje, als ‘jeugdzonde’. Al is die kaars inmiddels weer uit beeld geloof ik. Een verzonnen verhaal dus? Om in de smaak te vallen bij andere angsthazen met een penis? Die andere ‘stoere’ mannen?

Is dat wat mannelijkheid behelst? Met sterke en stoere verhalen, of vaak dus net zo goed echte daden, in de smaak vallen bij andere mannen? Het alleen zien en bekoren van de eigen ‘soort’? Ik word er moedeloos van als man. Ik lees en hoor zo nu en dan reacties als dat het niet gaat om ‘alle’ mannen, dat we ons niet allemaal aangesproken of verantwoordelijk hoeven te voelen. Maar ik weet dat het uiterst comfortabel toeven is in deze wereld als man. Veel problemen zijn voor ons mannen onzichtbaar, of gewoon niet bestaand, alleen maar omdat we man zijn. En ook al draagt niet iedere actief man bij aan het in stand houden van dit diepgewortelde patriarchaat, is niet iedereen in de weer met kaarsen, dickpics, random verkrachtingen, machtsmisbruik en wetgeving om vrouwen het recht op hun eigen lichaam te ontnemen, toch voel ik dat het tijd is dat die gewone man ook opstaat. En zich uitspreekt. Wegkijken, weglachen, bagatelliseren, overtoupen met ‘hoe groot was die kaars?’ zijn allemaal bouwstenen en legitimering van ditzelfde systeem.

En dit systeem staat aan de wieg (en het behoud) van zoveel meer ellende, daar zal ik nu niet over uitweiden. En nee, kom nu niet aanzetten nu met ‘er zijn toch ook slechte vrouwen’ en ‘er zijn toch ook heel veel goede mannen’, ja natuurlijk zijn die er. Heel veel gelukkig. Sterker nog, ik ben er heilig van overtuigd dat die goeies in de meerderheid zijn, maar in slaap zijn gesukkeld. En daarom is het ook tijd om kleur te bekennen. Te beginnen met de mannen, ´ álle mannen. Johan Derksen heeft zijn kleur al ruimschoots laten zien, bakken verf gooit gij over de bühne. Die anti-man, want dat is wat hij is voor mij. In het rijtje andere anti-mannen naast Trump, Putin, Erdogan, Bolsonaro, alle Republikeinse gouverneurs, Thierry (en al zijn fanboys) en noem maar op. Draag bij, kijk niet weg, voed je zoons op en zorg voor een tijdperk van de dochters. Mannen hebben er lang genoeg een zooitje van gemaakt.

#685 Fascisten in de raad

Ik ben vaak nieuwsgierig. Google biedt dan meestal wel wat uitkomst. Zo ook laatst, toen ik eens wilde weten wat voor spoor de kandidaten van Forum voor Democratie hier in Tiel tot op heden hebben achter gelaten op de grote interwebs. Dit speurtochtje bracht me al snel op een post van de #2 van de lijst. In 2020 geplaatst op het gezellige platform ‘Ongehoord’, wat inmiddels doodleuk televisie-uitzendingen mag maken op de publieke omroep, vol complottheorieën, zelfbevlekking en andere crap, van onze belastingcenten.

De toon van het hoogstaande stukje proza was veelzeggend, maar niet onverwacht. Er moest vooral gestreden worden voor het behoud van de vriendelijke zwarte pietjes, bungelend aan ladders in de etalages van de Tielse bakkerijen. Verder was deze mevrouw er nogal boos over dat (kinder)boeken waarin zwarte piet puur ter vermaak voorkomt, en geen geschiedkundige bijdrage leveren, grotendeels uit de bibliotheken zijn verdwenen. Er diende gestreden te worden voor de terugkeer. Lees: er dient gestreden te worden voor het in stand houden van een racistische karikatuur als volksvermaak. Was het Amerika geweest dan past ze prima in het beeld van de ‘Karens’ en hun bange mannen die zichzelf met behulp van volautomatische wapens ‘verdedigen’ tegen mensen die protesteren voor échte vooruitgang. Veel meer inhoudelijke essays van de kandidaten kon ik niet vinden, maar goed, het enige issue van de partij leek sinds begin 2020 dan ook het eindeloze geblèr over vrijheid (in alle vrijheid overigens, want hier verdwijn je niet zonder pardon naar Goelags wanneer je jouw wereldbeeld of mening verkondigt), waarmee ze dit woord toch een tikkeltje besmeurd hebben. Jammer.

Met dit beeld in mijn achterhoofd zag ik ook hier in Tiel de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van dit jaar losbarsten. In beginsel gedomineerd door de fascistische, racistische, fake-news beweging van Thierry en consorten. Het straatbeeld werd een week of twee overgenomen door posters en borden met holle nikszeggende frases én de kop van de grote leider zelf. Die hier natuurlijk op gemeentelijk niveau geen enkele bijdrage levert. Deze holle negatieve boodschappen, die openlijk mensen uitsluit op smakeloze manier (‘Hoeveel genders heb jij vandaag?’ zag ik voorbij komen bijvoorbeeld), leken zich echter tegen de beweging te keren toen het idool van fanboy Thierry bedacht Oekraïne te moeten binnenvallen en aan de lopende band onschuldige mensen en kinderen om zeep te moeten helpen. Openlijk gaf Thierry aan dat dit allemaal wel meeviel, dat Vlad geen enkele kwaad in de zin had én dat de schuld voor deze berg onschuldige doden toch echt ergens anders gezocht moest worden.

Misselijkmakend. Net als overigens de rest van het rammelende partijprogramma gebaseerd op pseudo-wetenschap, theatraal gebracht in krakkemikkig Latijn. Hij heeft hiermee zijn hand overspeeld en is gisteren in de grote steden afgerekend, zetelverlies all over the place. En hier in Tiel? Die nummer twee heeft het niet gered, het is bij ´één zetel gebleven. Nog steeds één teveel, maar ik vreesde een tijdje voor meer. Nu is het aan de rest van de partijen om die eenling een verdiende plaats te gunnen. In het verdomhoekje. In de raad is geen plaats voor fascisme en racisme.

#684 Op de valreep

Gisteren heeft Hugo de Jonge 2.0, of Ernst voor intimi, het einde van Corona aangekondigd. Of nou ja, voor zover dat kan natuurlijk. Wij als mensen met onze verslaafdheid aan totale controle hebben natuurlijk vrij weinig te zeggen over hoe dit virus zich gedraagt. En welke varianten er nog van een afstandje Satanisch zitten te gniffelen en geduldig wachten tot het hun beurt is. Toch denken we al twee jaar lang dat we dit toch aardig kunnen en doen. Andere mensen, een onderzoekscommissie onder leiding van Jeroen Dijsselbloem bijvoorbeeld, denken daar dan weer anders over. En zo blijven we aan de gang.

Anyhow, ik bedoelde natuurlijk het einde van de maatregelen rondom alle Covid-varianten, die ons toch twee jaar in de greep hebben weten te houden. En hoe. Ik kom er niet helemaal ongeschonden uit moet ik zeggen, en dan heb ik qua randvoorwaarden nog niks te klagen ook niet. Ook mijn lichamelijke gezondheid is er aardig vanaf gekomen. Het virus liep keer op keer aan ons huis voorbij (al bivakkeerden wij ook netjes vooral in dat huis, actieradius zo’n beetje nul). Iedere nieuwe variant en nieuwe golf. Niet aan mij besteed. Vaccineren? Prima. Helemaal voor. Booster? Ja hoor, kom maar door. Toch voelde ik minder urgentie voor het zetten van die derde prik. En zie daar! Omikron wint het dan toch van mijn laksheid. Al weet ik niet of het een wedstrijd was.

Vorige week was het raak. Mijn zelftest, en later ook die van de sous-chef, gaf voor de eerste keer twee streepjes. Uitsluitsel van de vrienden van de GGD volgde niet veel later op de dag. ‘Dit betekent dat u Corona heeft’, stond er in niet mis te verstane woorden in de mail met de uitslag. Dus, in het zicht van de haven, tegen beter weten in, ook hier aan belandt: Corona. Een avond en een nacht pijn aan mijn lijf, druk op alle denkbare holtes in mijn hoofd en vooral een hoop snot, non-stop. Nu, een weekje verder ben ik nog wat eerder en langer moe dan normaal, maar verder lijkt het allemaal alweer achter de rug. De sous-chef had geen klachten. De mini’s net zo min. Was het dan toch een mannengriep? Ik denk het niet. Twee vaccinaties achter de rug en wetende dat dit de meest milde variant tot nu toe is, wil ik eerlijk gezegd niet weten hoe het was geweest als ik ongevaccineerd é´én van de eerste pechvogels was geweest een jaartje of twee geleden. Ik hoop dat Ernst gelijk krijgt.

Photo by Call Me Fred on Unsplash

#683 Glutenvrije drollen

Het is een echte zondagmiddag. Al is het weer wel aardig. Wat ik er van zie door de ramen dan. Quarantaine it is. Mijn getik op het toetsenbord van de laptop wekt de sous-chef naast me op de bank. Ze heeft een mooie vouw in haar roze gezicht. Toch gelukt dat mini-middagdutje. Door één van de babyfoons hoor ik de oudste minimens al ruim een uur fluisteren, afgewisseld met een plotselinge ballade gewijd aan de ‘snottebel, snot-te-beeeheeel, snotttttteebellll’.

Diezelfde minimens is voor ze aan gaf toch wel heel graag naar bed te willen, pardoes voorover van het potje in de keuken gevallen. Hop, headfirst, op de keukenvloer. Ik stond er met mijn rug naartoe, maar hoorde de doffe boink. Toen ik me omdraaide zag ik een zielig en huilend hoopje mens voor haar minitoiletje liggen, waar ze de afgelopen dagen zo trots op zat en af klom. Nu ging het niet helemaal goed. Ik gaf er meteen een schapen-slof, half hangend aan haar rechtervoet de schuld van. Die was weggeschoven, want: glad op tegels. Zo hoop ik dat het potje zelf in haar koppie nu geen schuld heeft.

Al een paar dagen op rij banjer ik namelijk een aantal keer per dag van de keuken naar het toilet met hierin vers gelegde glutenvrije drollen, die zowel enthousiast van tevoren worden aangekondigd als daarna vakkundig becommentarieerd woorden door de creator. Ook wordt er op eigen aangeven geplast en zijn luiers opeens taboe overdag. Broek ophijsen: niet mee bemoeien papa. Rompers eruit en onderbroeken en hemdjes erin. Dat bleek de sleutel te zijn. Nu was ze ‘echt heel groot!’ waren haa eigen woorden. Nu maar hopen dat het schapen-slof verhaal wortel heeft geschoten en het potje de dans ontspringt.

Photo by Rod Long on Unsplash

#682 Balzaal

De twee mini’s liggen op bed. Voor hun middagdutje. De jongste lag tijdens de lunch al af en toe met zijn hoofd op tafel. Ik denk dat hij iets duidelijk wilde maken. Zijn zus was alleen nog niet helemaal klaar met haar afbakbroodje. Ook moest ze tot twee keer toe plassen. Iets wat we heel graag stimuleren en nog net geen gat in lucht springen áls ze het dan een keer aangeeft. Dus de miniman moest heel eventjes wachten. Ik heb immers maar twee handen. Echt zo’n zin voor ouders. ‘Ik heb maar twee handen hoor!’. Ik hoor het mezelf vaak zeggen. Het is waar ook.

Dat middagslaapje schiet er bij de oudste minimens weleens bij in tegenwoordig. ‘Bij de kindjes’ (opvang) wordt er al lange tijd niet meer geslapen. Daar wordt er alleen nog ‘gerust’ in bijvoorbeeld een wasmand, of de onderste plank van een kast. Allemaal heel logisch wel. Hier thuis en bij opa en oma zoekt de kleine dame haar bed nog wel graag op. Meestal dan. Gisteren mocht ze bijvoorbeeld even mee met papa. Twee megalomane speakers en een versterker ophalen uit papa’s jeugd. Een vriend uit Australië appte deze week of ik die set, waar hij vroeger mee op feestjes de DJ uithing (en ik weleens meeging te sjouwen) wilde hebben. Zijn ouders wilden er eindelijk weleens vanaf.

Ik wilde ze wel hebben zei ik. De kleine meid is dol op dansen en we hebben een zolderverdieping die nog op zoek is naar nieuwe bestemmingen, dus ik zag kansen. Een eigen balzaal op zolder, leek me wel wat. Dat ik me even verkeken had op hoe groot die dingen ook alweer waren was een detail. De pa van mij vriend reed graag even met zijn camper, waar ze wel in pasten. Niet in de laatste plaats om even te kijken welke vrouw er tegenwoordig bij mij hoort en waar ik terecht ben gekomen. De kleine danseres noemde hem inmiddels bij zijn voornaam en liep als eerste naar binnen om onze komst aan te kondigen ‘Ben komt ook nog even mee!’ Alsof twee levens zich opeens vermengden met elkaar. Mijn jeugd en mijn nu. Ik glimlachte buiten.

#681 Essentiële dienstverlening

Ruim drie maanden werk ik nu voor en in de bibliotheek. Vandaag was de eerste werkdag tijdens een nieuwe lockdown. Een echte lockdown, geen halve zoals degene die hier aan vooraf ging. Tijdens de vorige lockdown werkte ik nog vanuit onze zolderkamer aan heel andersoortige doelstellingen dan degene die zich nu steeds meer in mijn hoofd beginnen te ontvouwen. Lead generation, growth-hacking, targets, KPI’s en andere zaken vlogen dagelijks over de tafels en door de zoom-calls. Tijdens die lockdown moest de bibliotheek dicht, net als de rest van zo ongeveer heel Nederland. En niet even, maar maanden. De bibliotheek werd geschaard onder zaken die niet essentieel werden geacht.

Photo by Heather Mount on Unsplash

Het moet een raar idee zijn geweest voor de mensen die ik nu mijn collega’s noem. Net als dit nu wederom zo is voor zoveel ondernemers die hun stinkende best blijven doen om iets van bestaansrecht te behouden. Al bijna twee jaar lang. Ik had er geen idee van, toen. Toen de bibliotheek eigenlijk dicht was en ik soms terecht kwam in een zee van papieren tasjes vol met boeken. Daartussen ook altijd twee tasjes voor mij. Een met mijn leesvoer. Zelf uitgezocht en gereserveerd. Zware kost vaak, mijn hoofd was toen ook zwaar, in stijl met de situatie in de wereld. Een ander tasje vol verrassingen. Stoffen boekjes, hard papieren voorleesboekjes en andere prentenboeken. Uitgezocht voor een toen twee-jarig meisje en een mannetje van nog geen één.

Ik haalde ze af, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. De minimensen genoten van de verhalen uit hun tasje. Ik ook. En ook van degene uit mijn tas. Ik leerde de wereld wat beter begrijpen. Of althans, dat idee heb ik en is zeker betwistbaar. Wat ik niet zag was alles wat niet meer kon. Alle mensen die niet de luxe hebben om voor zichzelf wat hoogdravende literaire pillen uit te zoeken en op een tijdstip wat hen het beste uitkwam rustig naar de bieb te fietsen en deze op te halen. Laat staan de tijd vinden om ze daadwerkelijk te kunnen lezen. Of, nog sterker, ze überhaupt te kunnen lezen.

Zij hadden geen enkele reden meer om naar de bibliotheek te gaan. Die plaats die achter de schermen zo’n veilige haven blijkt te zijn voor veel meer mensen dan de fervente lezers. Mensen die niet altijd even goed hun weg kunnen vinden op al die verschillende websites. Die van de bibliotheek bijvoorbeeld, om te kunnen reserveren, die van de ontelbare webshops, betrouwbare en onbetrouwbare. Al die websites van een wirwar aan overheden en instanties. Mensen die onze taal willen leren, vooruit willen in het leven. Voor deze mensen was de bieb gesloten. De hulp die ze zochten, was niet beschikbaar. Boeken zijn niet het enige wat de bieb maakt. De bibliotheek vervult steeds meer een centrale rol in de samenleving. Achteraf gezien legt deze ervaring voor mij een toch al aanwezige tweedeling in de samenleving bloot. Voor de mensen die hun weg weten in de wereld, staan er tasjes klaar. Voor de mensen die een gids nodig hebben, stond er niks meer klaar. Alleen een bord ‘gesloten’.

Ongewenst was de bibliotheek onderdeel geworden van een tweedeling die zij juist met alle macht probeert te bestrijden. Kansengelijkheid, dat is waar het om draait. Dat begint met taal, al in de wieg. Dat hoort voor iedereen, altijd toegankelijk te zijn. En, sinds dit weekend, tijdens de zoveelste persconferentie werd het nogmaals onderstreept. Bibliotheken zijn essentieel. Voor iedereen. Bibliotheken blijven open. Altijd open, voor iedereen.

Vandaag voelde dat voor mij als iets bijzonders. Ik ben nog maar een groentje, ik loop pas drie maanden mee, en toch, toch voelt het alsof er ook in de politiek, bij de mensen die het land proberen te besturen door begint te sijpelen dat cultuur essentieel is. Taal is essentieel. Voor ontwikkeling en begrip. Voor elkaar begrijpen. Begrip als essentieel component voor saamhorigheid, voor omkijken naar elkaar, voor elkaar zien. Voor eerlijke en gelijkwaardige kansen, of toch op zijn minst eerlijkere kansen. Het is ook een begin, voor hopelijk de culturele sector over de gehele linie. Het is ook een begin voor mij persoonlijk. Het echte besef dat ik nu dagelijks werk aan iets essentieels. Iets essentieels voor de gehele maatschappij. En misschien was ik daar de afgelopen jaren wel harder naar op zoek dan ik zelf in de gaten had.