#692 Lopend geheugen

Het hotel keek uit over de haven van Tokyo. Grote kranen om containers te lossen van de immense vrachtschepen reden over de kade van grijs, bijna kleurloos grijs beton. Herkenning vond ik in die schepen. Schepen die werden geconstrueerd, gefabriceerd met hulp van machinerij die in Nederland word gemaakt. Machinerij die ik daar kwam voorstellen aan iedereen die het maar zou willen horen. Handelsreiziger. Via een gebruikelijke tour over het Japanse trein- en metronetwerk had ik dit hotel zojuist te voet bereikt. Het was mijn favoriete manier van voortbewegen, wandelend. Met mijn rolkoffertje achter me aan en mijn rugzak met vooral leesvoer op mijn rug.

Anderen vroegen regelmatig waarom ik nooit een taxi nam. Ik zei dan meestal dat ik liever liep, maar dat is natuurlijk een cirkelredenering. Het nog simpelere antwoord was geweest dat ik anders niets zou zien van de indrukwekkende plaatsen waar ik voet aan de grond mocht zetten. Het gaf ook iets van rust in de gigantische metropolen die op alle mogelijke manieren aan je zintuigen voorbij trokken. En toch had die chaos in zichzelf ook iets rustgevends. Iets intimiderend rustgevends zelfs. Je moest het ten volle ervaren om het te merken. Op straat. In de kakafonie van geluiden en bewegingen. In een taxi ervaar je dat niet. En omdat de doorsnee taxi-chauffeur in Japan vier woorden Engels spreekt hoefde je dat voor de diepe gesprekken ook niet te doen.

Waar mijn hotelkamer zelf op uitkeek kan ik me niet herinneren, vast een muur van een aangrenzende kantoortoren, maar de bar, annex ontbijtrestaurant keek uit op de baai. Die industriële baai. Mooi in zijn lelijkheid. Er hing een vage laag smog en thermiek over die baai. Het was drukkend warm, zoals het daar kon zijn. Ik zag het beursgebouw in verte waar mijn leven zich de komende dagen zou afspelen al opdoemen. Moderne architectuur die ik niet begreep. Maar misschien hoeft dat ook niet. Een omgekeerde piramide, zwevend boven de grond, gedragen door vier immense staanders. De naam van het gebouw kende eenzelfde pompeuze keuze, ‘Tokyo Big Sight’ was het gedoopt. Een van de vele continue harmonieuze botsingen tussen stokoude, vaak mystiek aanwezige geschiedenis, met ultramoderne, neon-doorspekte, schreeuwende popcultuur. Het werkte daar. Het fascineerde me mateloos.

Het eerste wat ik na aankomst in een hotel dan ook altijd deed, na het herschikken van zo’n beetje alle meubels en het opruimen van alle rondslingerende losse spullen en folders, was meteen weer die stad in lopen. Alleen. De ondergrondse metro-stations, brede moderne winkelstraten, afgewisseld met donkere smalle steegjes vol met pijpenlades waar gedronken, gegeten, gerookt en geroepen wordt. Dat ritueel had ik al achter de rug, evenals de daaropvolgende eerste nacht na de aankomstvlucht. Die steevast gepaard ging met een rare vorm van insomnia, die toch de nodige rust bracht. Een mentale staat die niet zou misstaan in een Murakami-verhaal in mijn rugzak. Het was dag twee en ik moest deze keer echt een rondje rennen in het keizerlijke park midden in die immense stad. Dat had ik mezelf na de vorige keer hier ingeprent.

In hetzelfde hardloopkloffie als waarin ik nu achterover geleund op de bank hang met een laptop op mijn schoot, stapte ik dus de metro in. Op naar het centrum. Niemand die er ook maar van op keek in de wagon waar ik in terecht kwam. Die ervaring had ik inmiddels wel. Iedereen is druk met een eigen wereld. Uiteraard op telefoons, tablets, maar ook, ontzettend veel in boeken. Daar pas heb ik geleerd waarom een pocket een pocket heet. Het boek wat in een jaszak past. Iedereen leest daar. Geen idee wat, maar er wordt gelezen. En veel.

Dat park vond ik uiteindelijk makkelijk weer terug en na een valse start in een deel waarin absoluut niet hardgelopen mocht worden, dat wist zelfs een bewaker zonder Engels me snel duidelijk te maken, vond ik iets wat duidelijk een parcours was. Asfalt zelfs. En, alleen maar hardlopers die zich erop bevonden. Ik begon eraan zoals met zoveel, ik begon gewoon, zonder er al teveel over na te denken. Halverwege kwam ik dus ook tot de ontdekking dat ik tegen de stroom in liep. Er was een vastgestelde looprichting. Logisch wel. En een heldere verklaring waarom ik nog niemand had ingehaald of zelf was ingehaald. Vooral dat laatste. Ik kreeg het heel even warm, maar heb het rondje van exact vijf kilometer (zoals ik later uit het hardloopboekje van mijn held Haruki Murakami zou leren) maar gewoon afgemaakt.

Wat me naast dat het goed is voor mijn lijf toch iedere keer, na een korte of een langere periode van helemaal niet gerend te hebben toch iedere keer weer die sportschoenen laat aantrekken zijn herinneringen als deze. Herinneringen die levensecht zijn en het Tielse landschap, wat me vaak niet bewust meer opvalt op sommige momenten laat transformeren tot een andere wereld. Lopende herinneringen. Een lopend, doorlopend geheugen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s